Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page

106 BORXEO. § 23.
matig vierkant, doch met eene naar het noordoosten uitsprin-
gende punt. In zijne grootste lengte heeft het 180, in de groot-
ste breedte 150 mijlen. Aan de oostzijde dringt de Solo-zee
ver landwaarts in en maakt van het noordelijk gedeelte bijna
een schiereiland. De kustontwikkeling (4:7) is minder aanzien-
lijk dan die van het oostwaarts gelegen Celebes en komt overeen
met die van Zuid-Amerika. Onder de menigte eilanden, waar-
door Borneo omgeven is, heeft G r o o t-N a t o e n a den meesten
omvang. Op de noordkust ligt L a b o a n, dat de Engelschen,
met schending van de regten der Nederlanders, in 1846 in be-
zit namen.
Yau de noordelijke punt, den berg Kinibaloe (eene gra-
nietmassa, 11 000'), loopt eene keten tot ongeveer midden op het
eiland, en vormt daar de An ga-a nga-berggroep, die verschei-
dene takken naar het zuiden zendt. Het ontoegankelijke, met
bosschen bedekte binnenland (Kristalgebergte) is nog weinig
bekend.
Uit de genoemde midden-berggroep gaat links een zijtak (Batang-Loepar),
die de grensscheiding uitmaakt tusschen de AVester-Afdeeling en het rijk
van Broeni; naar 't zuidwesten de Kaminting, vormende het voor-
malige schiereiland Kotta-W'aringin, regts verschillende takken (Sakoeroe,
uitmakende het Kotti-schiereiland), waardoor de grenzen gevormd worden
tusschen de Zuid- en Ooster-afdeeling en verschillende rijken. Al deze tak-
ken dienen tevens tot waterscheiding van de rivieren des lands (Xatam-,
Loeang- en Meratus-gebergte in Bandjermassing. Het land heeft gemakke-
lijke waterwegen door de vele rivieren, waarvan de voornaamste zijn:
de Baritoe of Banjer, ontsprongen in het binnenland,
di'aagt in verschillende streken verschillende namen. De ge-
heele bovenloop bepaalt zich tot een bergachtig land. Na
den slangenloop in het Siangsche wordt het terrein geheel vlak
en zelfs zoo laag, dat het in den regentijd grootendeels onder
water staat, waardoor meren en kanalen gevormd worden, die
hoogst belangrijk zijn voor de scheepvaart. In haren (140 mijl
langen) loop neemt zij verscheidene ri\ieren op, vooral aan den
linker oever, en is over eene uitgestrektheid van ruim 100 mijlen
bevaarbaar voor groote schepen. Over die geheele lengte bedraagt