Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
BIVIEREN EN KLIMAAT. § 23. 101
De B r a II t a s neemt haren oorsprong aan den oostelijken
voet van den Ardjoeno in Malang, stroomt na een korten zui-
delijken loop in eene westelijke rigting om het Kawi-gebergte
en wendt zieh, in de residentie Kediri gekomen, noordwaarts,
om, na een bijna even grooten noordelijken als westelijken loop,
zich naar het oosten te keeren en in de straat van Madoera
te ontlasten.
De T j i-ï a r O e m ontspringt ten oosten van den Wajang,
loopt dan noordwaarts en snijdt in westelijke rigting het plateau
van Bandoeng, gaat weder noordwaarts en breekt door het
grensgebergte van Preanger en valt als rivier van K r a w a n g
in zee.
De T j i-M a n O e k loopt door de schoone valei van Garoet
en ontlast zich in Chcribon door twee armen in zee.
Over het geheel staat het klimaat als vrij gezond bekend, met
uitzondering van de lage zeekusten. De gemiddelde leeftijd staat
gelijk met dien in Midden- Europa. Door het verschil in luchts-
gesteldheid, dat hier zeer sterk is, spreidt de natuur hare grootste
verscheidenheid, hare onbegrijpelijkste pracht en weelde ten toon,
zoowel in het dieren- als plantenrijk. De planten van alle wereld-
deelen kunnen hier den vereischten warmtegraad hebben. In de
overoude bosschen vindt men veel wilde dieren (waaronder ook den
zwarteu tijger), maar toch niet zoo veel als op de andere eilan-
den. De rijst-, koffij- en suikerkuituur is het voornaamste bedrijf
der inwoners. In de laatste jaren heeft men ook met goed gevolg
tabak, thee, indigo, ja zelfs (1850) kinaboomen en (in 1857) den ko-
kospalm druk aangebouwd. Sedert jaren reeds wordt het zorgvul-
dig beheerd en doet de regering veel om het geregeld verkeer te
bevorderen. Reeds loopt een postweg in de lengte over Java met
vele zijtakken naar het binnenland en is Java door eene telegraaf-
lijn verbonden met Singapore. Nog onlangs is concessie verleend
tot het leggen van een spoorweg in Midden-Java van Samarang
en Soerakarta naar Djokjokarta. De bevolking bestaat voor het mee-
rendeel uit Javanen. Men telt er naauwelijks 20 000 Europeanen. De
Javaan is van natuur traag, doch het kultuurstelsel dwong hem
ecnigzins tot den arbeid. Sedert September 1859 heeft in Indië de
slavernij opgehouden. Verder telt de Soendanesche volkstam 3 mill.
in West-Java of de Soenda-landen.