Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
100 JAVA. BERGEN. RIVIEREN. § 23.
neptunische Gendeng-gebergte, dat aan de zuidkust steil in zee
afloopt, behalve bij de stroomvlakte van Banjoemas en Bagelen,
door enkele hooge streken verbonden. Op zijne grootste breedte
heeft Oost-Java ten noorden der vulkanen-reeks 2 rijen kalk-
gebergte van omstreeks 1000' hoogte.
Eene andere keten (Kendeng) begint in 't noordwesten, loopt
zuidwaarts en krijgt eerst bij den Salak grootere afmetingen,
wordt door twee rivieren gebroken en gaat verder door, vormende
de grenzen van Bandoeng, waar men over terrassen tot het dal
der Tji-ilanoek daalt. Dan loopt zij al rijzende tot het dal van
Cheribon. In deze geheele keten heeft men maar één vulkaan.
Aan het zuider strand verheft zich nog eene keten (Goenoeng
Breng-breng) met de rigting naar het noorden; deze heeft drie
vulkanen, wordt door een ander gebergte met de vorige keten
verbonden en zendt vele takken naar het zuiden, doch zonder
vulkanen. Tusschen deze noorder en zuider keten ligt een \-ulka-
nisch bergland, dat met de noorder keten eene vlakte insluit,
het plateau van Bandoeng (6 mijlen lang en 1 y^ breed), waar
de Tji-Taroem stroomt in de rigting van 't noorden naar 't zui-
den. Ten oosten van dit plateau ligt nog een dwarsgebergte
(waarin de Goentoer), dat op zijne oostzijde de naar 't zuiden
terrasvormig dalende schoone vallei van Garoet heeft, die ten
oosten weder begrensd wordt door eene bergketen (Kembang- en
Dienggebergte). In het midden des eilands loopt nog eene keten,
die vele takken zuidwaarts zendt en waarin zich de Slamat (een
der 5 hoogste bergen van Java) verheft ter hoogte van 10 430'.
De rivieren, die men er in menigte aantreft, hebben ten ge-
volge van hare rigting weinig ontwikkeling.
De eenige groote rivier van Java is de Solo of Benga-
wan. Zij ontspringt op het gebergte Kadoewang tusschen
Soerakarta en Patjitan, loopt van 't zuiden naar 't noorden tot
bij Ngawi, waar zij, door het zuidelijk kalkgebergte brekende, de
eenige belangrijke zijrivier opneemt, genoemd gebergte langs den
noordelijken voet volgt, zich dan oostwaarts wendt en bij Sida-
joe, na een loop van 70 mijlen, in zee valt.