Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
94 BEVOLKING. § 23.
het laud bewonen, behooren meestal tot het Maleische ras.
In de Nederlandsche bezittingen is de bevolking zoodanig
zamengesteld, dat de niet-inlanders slechts ruim 1 J/^% uit-
maken.
Reeds voor eeuwen hadden zich hier Chinezen gevestigd, uitge-
breide koloniën aangelegd en zich grooten invloed weten te ver-
schaffen. Op Bomeo en Banka ontginnen zij de mijnen en op Riouw
drijven zij de gambir- en peperkuituur. De Arabieren, hoe gering
ook in getal, staan bij den inlander in hooge achting. — Onder de
inlandsche bevolking bestaat onderling veel verschil in beschaving.
Men vindt stammen, die voor de scheepvaart veel aanleg toonen;
andere, die vlijtig den landbouw beoefenen of zich toeleggen op
sommige takken van nijverheid (b. v. de Dajakkers, die meesters zijn
in het ijzersmelten en het verwerken van het staal.
In de 4de eeuw kwamen de Hindoes van de kust van Koromandel naar
den Archipel, waar zij zich vestigden, magtig werden en langzamerhand
hunne beschaving aan de Javanen (bij wie zij zich het meest vestigden) me-
dedeelden. Zij bragten de rijst naar Java en leerden den inwoners die
planten. Door hunne verschillende nederzettingen riepen zij een uitgebrei-
den zeehandel in het leven, bragten hun maatschappelijk leven in den
Archipel over en hiermede ook het Hindoe ïsmus, dat zich later in
alle deelen dezer eilanden-wereld verbreidde, doch vooral op Java het sterkst
uitkwam. Ofschoon zij niet gekomen waren om hunne godsdienst over
te brengen, werd hunne meer ontwikkelde eeredienst toeh langzamerhand
aangenomen en oefende deze een grooten invloed uit, zoodat de meeste
beschaving in den Archipel geheel Hindoesch is — In de 13de eeuw moest
de godsdienst der Hindoes plaats maken voor den koran. Alleen op Bali
is zij tot op heden blijven bestaan. En ofschoon de Javaan nooit een
echte Hindoe was, Mohamedaan is hij nog minder; in naam echter wel
90%. Voor het Mohamedaan sehe fanatismus moet de regering steeds
meer voorzorgen nemen, — Geestbeschaving mist men veelal; ook schijnt
de Maleijer weinig aanleg te hebben. — Onder de vele betelkaauwende
volksstammen zijn de Javanen het talrijkst en het meest beschaafd. Nog
zijn merkwaardig op Sumatra de Atschinezen (op den noordelijksten uit-
hoek) en de Batta's; op Celebes de Boeginezen, Makassaren en Turaja's;
op Borneo de Dajakkers, bij wie van tijd tot tijd het zoogenaamde kop-
pensnellen nog voorkomt.
Eens waren bier de Portugezen en Spanjaarden heer en mees-
ter; tegenwoordig behoort deze uitgestrektheid van eilanden
hoofdzakelijk aan de Nederlanders en hebben de Portuge-