Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE INDISCHE ARCHIPEL. § 23. Ol
den hoofdzetel hunner godsdienst gehouden. De (6950' hooge)
Adams-Piek wordt jaarlijks door duizenden offerende en boetende
pelgrims bezocht, want de Mohamedauen gelooven, dat Adam van
hier de laatste maal het in den zevenden hemel gelegen paradijs,
waaruit hij was verjaagd geworden, heeft gezien; de Malabaren en
andere Hindoes vereeren hier de voetstappen van Siwa, en voor
de Boedhaïsten is hier Gautama Boedha uit den hemel op aarde
neergedaald. De tegenwoordige hoofdstad is Colombo; maar
eene uitmuntende haven en als het ware de sleutel van Indië is
Trinkono male in't noordoosten.
Buitendien behooren nog eenige niets beduidende eilandengroepen tot
Indië: de Lakkadieven en Maledieven ten westen der kust van Ma-
labar, eigenlijk toppen van eene door de zee bedekte voortzetting der
Ghatta«keten, door koraalkusten omgeven en met moeite toegankelijk.
IL DE NOG ONAFHANKELIJKE ALPENLANDEN IN HET NOORDEN.
1. Nip al op de zuidelijke terrassen van den Midden-Hi-
malaja, in elk opzigt een overgangstrap tusschen Indische en
Tibetaansehe natuur en bevolking (vooral ook tusschen de ver-
eerders van Brahma en Boedha), heeft aan zijne afgeslotene
ligging eene zekere zelfstandigheid te danken, want nadat het
westelijk gedeelte (1815) aan de Britten is verloren gegaan, is
het andere gedeelte van Nipal onder de dynastie van de Ghor-
ka's gebleven. Geen Engelschman mag zonder uitdrukkelijk ver-
lof vau den vorst Nipal betreden.
2. Bhotan of Boetan, een klein gebied (maar 900 []]
mijlen met J/^ mill. inwoners) in de oostgroep van den Hima-
laja, maakt de middenste trede uit tusschen het hooge oostelijke
Tibet en het lage Bengalen, met de op de zuidzijde van den
Himalaja steeds voorkomende 4 terraslanden (hooggebergte, berg-
land, heuvelland en laagland). Aan den westelijken voet van den
22 468' hoogen Tsjoemalari leidt een pas-overgang uit Britsch-
ludië naar Oost-Tibet.
§ 23.
DE INDISCHE ARCHIPEL.
Deze Archipel, die op beide zijden van den equator ligt en zich
boogsgewijze van Eormosa tot Malakka uitstrekt, is geenszins eene