Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
88 HINDOSTAK. § 22.
de Jamoena en den Ganges. Daarentegen liggen in het binnenland
onafzienbare steppen met nomaden-herdersstammen. Deze steppen
getuigen door talrijke ruïnen van steden, dorpen, tempels, water-
bakken, waterleidingen van eene vroegere beschaving. Maar ook
nu nog hebben zij eene staatshuishoudelijke beteekenis, naardien zij
de landbouwende distrikten met brandhout, veevoeder, slagtvee en
steenzout voorzien en in de grenzenlooze grasvlakten de kameelen
voeden, waardoor het verkeer met Kaboel onderhouden wordt.
b. Midden-Hindostan ligt grootendeels tusschen den Hima-
laja en het Vindhia-gebergte. Het is vooral het groote laagland
der Jamoena (Jamma) en van den hiermede parallel loopenden,
alle andere rivieren van 't zuiden en 't noorden in zich opnemenden
Ganges tot aan den voet van den Himalaja. In dit „historisch
midden van het geheele land" heeft zich de Indische beschaving
(godsdienstig leven, kunst, handel en nijverheid) het vroegst en het
volkomenst ontwikkeld. Door veel rivieren besproeid en vruchtbaar
gemaakt, onder den invloed van een keerkrings-Jdimaat, brengt
het, behalve de produkten der tropische gewesten, ook nog die
der gematigde voort; de eersten (rijst, katoen in verbazende hoe-
veelheid, indigo) in het heete (zaaitijd in Mei, oogst in Octo-
ber), de laatsteu in het koele jaargetijde (zaaitijd in October,
oogst in April of Mei). Ook voor den meusch biedt het land eene
gezonde woonplaats aau; daarom liggen hier de groote Indische
koopsteden, zoo uit den ouden als nieuwen tijd, digt bij elkauder.
Tot de laatsten behooren: Delhi (150000 inwoners?) aan de Ja-
moena (men zegt, dat zij eens als de grootste stad van Hindostan,
„de nijd der wereld", en omstreeks 1700 nog, als residentie van den
Groot-Mogol, 2 mill, inwoners gehad heeft), Agra (125 000 inwo-
ners) ook aan de Jamoena en den Ganges, Benares aan den Gan-
ges (186 000 inwoners ?), nog tegenwoordig de verzamelplaats voor
Indische godsvereering en geleerdheid, de hooge school der Brah-
manen, het hoofddoel der pelgrims (een „Mekka" der Hindoes),
Luc know (300000 inwoners), de hoofdstad van het onlangs inge-
lijfde koningrijk Oude.
c. Oostelijk Hindostan heeft geene bepaalde natuurlijke
grenzen aan de zijde van het middenste deel, want de overgangen
in klimaat en produkten zijn zeer langzaam. Het is insgelijks een
buitengewoon rijk besproeid en vruchtbaar laagland met eene digte
bevolking en vele groote steden, zoo als Patna (284000 inwo-
ners), beneden de vroegere, thans verwoeste residentie Patalipoetra.
Xog altijd ontvangt de Ganges veel toevoer, vooral uit het Viudhia-