Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
82 VERTIKALE VORM VAN VOOR-INDië. § 22.
Vertikale vorm.
Terwijl de beide driehoeken van Indië in hunne liorizontale
afmetingen veel overeenkomst met elkander hebben, maken zij in
den plastischen vorm der oppervlakten volkomene tegenstellin-
gen. In den noordelijken treft men de gi'ootste kontrasten van
vertikale verheffing aan: eene groote laagvlakte en het hoogste
jUpenland der aarde, kontrasten, welke door de terraslanden
van den Indus en Ganges verbonden worden ; de zuidelijke drie-
hoek heeft bijna geen der plastische vormen van den noordelij-
ken, maar een hoog tafelland met randgebergten en smalle kust-
vlakten.
a. Het bergland van het Hi malaj a-stelsel (zie bl. 63).
l). Midden tusschen het Alpenland van den Himalaja en het
tafelland van Dekan loopt het laagland van de Arabische zee
tot aan de golf van Bengalen en splitst zich in twee van natuur
zeer verschillende deelen ; aa. de vTuchtbare vlakte van den hei-
ligen Ganges en de Brahmapoetra, van welke vooral
de eerste talrijke en aanzienlijke zijrivieren (Djamoena, Tista,
enz.) aan beide kanten opneemt. Onmiddellijk voor dat zij zich
in zee storten, vereenigen zij zich tot één en stroom, bö. De
grootendeels dorre en woeste vlakte van den Indus, welks vijf
groote oostelijke zijrivieren (waaronder de oostelijkste, Satadroe,
[Gharra] de langste is) den gedeeltelijk goed bebouwden Pengab of
het vijfstroomenland besproeijen. — Dit laagland ligt buiten de
keerkringen, maar toch digt genoeg er bij om alle voordeelen, zon-
der een der nadeelen er van te bezitten, en is daarom over het
geheel een der vruchtbaarste en meest bevolkte landen der aarde.
De Indus ontspringt, even als de Ganges en Brahmapoetra,
op den centralen bergstam van den Himalaja, aan de noordzijde,
stroomt in zijn bovenloop naar het noordwesten door eene kloof
tusschen twee parallel-bergketenen (Groot- en Klein-Tibet), breekt
door de bergreeksen, die hem den weg versperren en volgt dan
tot aan zijne monding de oostelijke helling van Iran's hoogland,
terwijl op zijn linker oever in den middenloop het vruchtbare
heuvelland van den Pengab, in den benedenloop echter eene groote
steppe zoiider water ligt, die van de voorhoogten van den Himalaja