Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
h. Eene evenredigheid heeft gewoonlijk viertemen,
waarvan men den eersten en laatsten de beide uiterste,
en den tweeden en derden de beide middelste termen
noemt.
i. Men vereenigt, in eene evenredigheid, de
redens door het teeken , immers de redens eener
proportie zijn gelijk, a : b c: d.
k. Als men van eene getallen-evenredigheid den
eersten term in den derden deelt, dan verkrijgt men
een quotiënt, dat, met de termen der eerste reden
vermenigvuldigd, de termen der tweede reden op-
levert.
l. Hieruit volgt: dat men alle mogelijke getallen-
evenredigheden in dezen algemeenen vorm {formule')
kan uitdrukken: a.-i ~ ffl».-fe. Hier stelt n de uit-
komst voor van den derden door den eersten term
gedeeld.
§ 23.
a. Men noemt eigenschap van een ding datgene,
wat aan dit ding bijzonder eigen is; in dingen van
andere soort niet gevonden wordt, en waardoor het
van alle andere dingen onderscheiden is.
h. De evenredigheden hebben vele eigenschappen,
waarvan wij er hier zestien, als de voornaamste,
zullen opnoemen.
c. Eerste Eigenschap. In alle getallen-evenredig-