Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
Evenredigheden.
§ 22.
a. Men onderscheidt drie soorten van evenredighe-
den of proportiën: At arithmetische oi reJcenhinstige;
de geometrische of meetkunstige; en de harmonische
evenredigheden.
h. Dewijl de eerste en laatste soort in de reken-
kunde ons van geene dienst zijn, zullen wij hier alleen
van de meetkunstige evenredigheden {geometrische
proportiën) spreken; en deze daarom slechts even-
redigheden noemen.
c. Men heeft vier soorten van meetkunstige even-
redigheden: de gewone of regte evenredigheid, de
aaneengeschakelde, de omgeJceerde en de zamengestelde
evenredigheid.
d. De gewone of regte evenredigheid is de voor-
naamste; kunnende de overige als wijzigingen van
deze worden aangemerkt.
e. Eene evenredigheid bestaat in de gelijkheid van
twee redens of verhoudingen. (§ 8. h. i.)
f. Eene reden wordt door twee getallen aange-
wezen , die men termen noemt; en onderscheidt in
voorgamden en volgenden term.
g. Men schrijft de termen eener verhouding of
reden naast elkander, met het teeken der deeling
daartusschen (o.-ä). De eerste tenn stelt het deeltal,
en de tweede den deeler voor.