Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
twee haakjes, en daarnaast den anderen factor
(a-l-lj — c) d,
e. Een product van twee- of meermalen hetzelfde
getal, noemt men eene magt,
ƒ. Men onderscheidt de magten in tweede, derde'
vierde magten enz., naardat men het getal twee^ drie
ol meermalen met zichzelf heeft vermenigvuldigd.
g. Het getal, door welks vermenigvuldiging met
zichzelf eene magt ontstaan is, noemt men den
wortel dier magt.
h. Het zoeken naar eene zekere magt van eenig
getal, noemt men magtverkeffing. Als, integendeel,
de wortel van een getal verlangd wordt, zoekt men
dien door de worteltreJcJcing,
i. Men drukt eene magt uit, door achter de groot-
heid (a) een cijfer te plaatsen, dat aanduidt, hoe-
veelmaal zij met zichzelve vermenigvuldigd is (a"^).
Dit cijfer noemt men exponent.
Je. Een cijfer vóór de grootheid geplaatst (4 a) duidt
aan, dat deze grootheid zooveelmaal genomen, of bij
zichzelve geteld is, als het cijfer eenheden bevat. Men
noemt het cijfer dan den coëfficiënt.
l. Om aan te duiden dat uit eenig getal of groot-
heid de wortel moet getrokken worden, gebruikt men
dit teeken: j,^. 4 \/ a; leest men: viermaal den
wortel uit a.