Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
zelve worden overgebragt, door het teeken van
dien term om te keeren.
g. Zesde Eigenschap. Elk getal, dat als een
enkele term, of als een factor of deeler in eenigen
term eener vergelijking voorkomt, is van al de za-
mensteUende getallen, welke in die vergelijking voor-
komen, afhankelijk; het kan, door eene wettige
redenering, met behulp der voorgaande eigenschap-
pen, in het andere lid worden overgebragt; waar-
door dan eene nieuwe vergelijking te voorschijn
komt, die aanwijst, hoe dit getal van al de overige
zamenstellende getallen der vergelijking afhangt.
§ 21.
a. Tot beter verstand van de leer der proportié'u,
die wij nu genaderd zijn, is het noodig om met eenige
weinige van de eerste beginselen der stelkunst be-
kend te zijn, die wij daarom hier zullen laten volgen.
b. In plaats van de cijfers, gebruikt men in de
stelkunst {algebra) de letters van het alphabeth; en
wel zóó, dat men door de eerste de bekende, en door
de laatste de onbekende grootheden voorstelt.
c. Men verbindt ze door de bekende teekens der
hoofdregelen. In de vermenigvuldiging alleen laat
men het teeken weg, en schrijft de letters naast elkander.
d. Om aan te duiden dat eenige getalvorm moet
vermenigvuldigd worden, plaatst jnen hem tusscheu