Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
Inleiding tot de Evenrediglieden.
§19.
a. Wij hebben vroeger gezien dat men door teekens
kan aanduiden, of getallen moeten worden opge-
teld, vermenigvuldigd, afgetrokken of gedeeld.
l. Door middel dezer teekens kan men de getallen
op oneindig vele wijzen zamenstellen: zulke zamen-
gestelde uitdrukkingen noemt men getalvormen.
c. De waarde dezer getalvormen is afhankelijk:
1°. van de getallen zeiven; en 2". van de wijze,
waarop zij zamengesteld zijn.
d. Behalve de bovengenoemde teekens, gebruikt
men nog twee horizontale streepjes boven elkander,
(—) welk teeken dient om aan te duiden, dat twee
getallen of grootheden aan elkander gelijk zijn.
e. Grootheden of getalvormen, die door dit teeken
z=z(jgelijk) aan elkander verbonden zijn, noemt men
eene vergelijUng.
f. De uitdrukkingen, die op deze wijze aan elkander
verbonden zijn, noemt men de leden der vergelijking.
g. Hetgeen in eene vergelijking vóór dit teeken
staatj noemt men het voorste; en het andere het
achterste lid.
h. Alle enkele getallen, producten of breuken,
welke in een der leden, door het teeken -f- of— aan
elkander verbonden zijn, noemt men termen \a.'a.
dit lid.