Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
menigvuldigt men haar met de eenheid, gevolgd
van zooveel nullen, als er cijfers wederkeeren. Ver-
volgens trekt men de enkelvoudige reeks van haar
veelvoud af, en zoekt uit dit verschil de waarde van
eene reeks, in eene gewone breuk uitgedrukt.
m. Indien reeksen of wederkeerende breuken wor-
den voorafgegaan door cijfers, die niet terugkeeren,
vermenigvuldigt men haar vooraf met de eenheid,
gevolgd van zooveel nullen, als er cijfers de reeks
of wederkeerende breuk voorafgaan; waarna men
handelt als voren.
Maten en MantspeciCn.
§ 17.
a. Zoo als wij vroeger gezien hebben, kan men
door de deeUng de verhouding van twee grootheden
bepalen (§6. d). Deze handelwijze, hoe juist ook,
kan echter in de zamenleving niet worden toegepast,
waarom men däär een middel heeft moeten uitden-
ken, om in deze behoefte te voorzien.
l. Dit middel bestaat in algemeene en op gezag
aangenomen mouten, die velerlei zijn om de veelsoor-
tige voorwerpen, die men moet meten; — waartus-
schen men de verhouding verlangt te kennen.
c. Deze maten waren tot in den jare 1816, hier
te lande, zeer onregelmatig, uiteenloopende, en vol-
strekt ontbloot van een vasten grondslag. Aan een-