Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
aftrekken, ongelijknamig zijn, herleidt men dezelve,
en trekt vervolgens de tellers der beide breuken van
elkander af, onder welk verschil men den stok-
noemer plaatst.
c. Zijn de breuken gelijknamig, dan spreekt het
van zelf dat deze herleiding vooraf onnoodig is; maar
men al dadelijk de tellers van elkander kan aftrekken.
d. Bij gemengde getallen trekt men eerst de breu-
ken, en daarna de geheelen van elkander af.
e. Als het getal, waarvan men aftrekt, de kleinste
breuk bij zich heeft, dan leent men een van de
geheelen, dat, bij de breuk gevoegd, de aftrekking
mogelijk maakt.
ƒ. De deeling leert vinden hoeveelmaal eene breuk
in eene andere breuk bevat is; of ook, hoeveelmaal
eene breuk van eene andere kan worden afgetrokken.
g. Om eene breuk door eene breuk te deelen, keert
men den deeler om, zoodat de teller noemer, en de
noemer teller worde; dit gedaan zijnde, handelt men
als in de vermenigvuldiging.
7i. Om de reden dezer handelwijze goed te vatten,
diene weder het volgende voorbeeld: steldat^^fc moet
gedeeld worden door 54. Nu is het duidelijk dat, vol-
gens de vierde eigenschap, de breuk door 3 ge-
deeld wordt; als men haren noemer met 3 verme-
nigvuldigt: maar dewijl zij slechts door % moet
gedeeld worden, en dus door een getal dat viermaal