Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
den eener breuk, die alleen zoo groot is, als de
opgegevene breuken te zamen.
i. In dezen regel kunnen drie gevallen voorkomen:
lo de breuken kunnen gelijknamig zijn; 2"de breuken
kunnen ongelijknamig zijn; en 3" kan men zamen-
gestelde of gemengde getallen moeten optellen.
§ 14.
a. Om gelijknamige breuken op te tellen is het
genoeg de som van hare tellers te zoeken, die
dan natuurlijk denzelfden noemer met de opgetelde
breuken gemeen heeft.
h. De ongelijknamige breuken behoeven sleehts
herleid te worden, om ze even als gelijknamige,
dat ze dan zijn, te kunnen optellen.
c. Van de gemengde getallen telt men eerst de
breuken en dan de geheelen op, bij welke laatste men
de geheelen voegt, die in de som der breuken
mogten begrepen zijn.
d. De vermenigvuldiging der gewone breuken leert
eene breuk zooveelmaal te nemen, als door eene
andere breuk wordt aangeduid.
e. Uit deze bepaling volgt, dat, als men gebruike-
lijke breuken met elkander vermenigvuldigt, het
product altijd kleiner moet zijn dan het verme-
nigvuldigtal.
ƒ. De vermenigvuldiging geschiedt door teller met