Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
§13.
a. Gewone breuken zijn gelijJcnamig of ongelijk-
namig,
b. Men noemt breuken gelijknamig, als zij eenen
zelfden noemer hebben; en ongeUjknamig, als
hare noemers van elkander verschillen.
c. De herleiding leert om ongelijknamige breuken
gelijknamig te maken,
d. Om ongelijknamige breuken gelijknamig te ma-
ken, zoekt men het kleinst mogelijke getal, waarin
al de noemers der opgegevene breuken deelbaar zijn:
dit getal noemt men den Vervolgens deelt
men den noemer van iedere breuk, afzonderKjk, in
den stok-noemer, en vermenigvuldigt het quotiënt met
den teller dier breuk; dit product geeft den teller
der nieuwe breuk, die dan, met al de andere, den
algemeenen of stok-noemer tot noemer heeft.
De zoogenoemde stok-noemer, zijnde het klein-
ste veelvoud van de noemers der opgegevene breu-
ken, verkrijgt men door deze noemers in factoren
te ontbinden, en ze dan met elkander te vermenig-
vuldigen,
ƒ. Indien de noemers onderling niet deelbaar zijn,
dan is hun product de stok-noemer.
g. De herleiding is onontbeerlijk, omdat men
alleen gelijknamige breuken kan zamentellcn.
h. Dc optelling der breuken bestaat in het vin-