Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
e. Vierde eigenschap. Eene breuk wordt kleiner,
als, de teller dezelfde blijvende, de noemer grooter
wordt.
ƒ. Behalve de vier hoofdregelen heeft men bij de
gewone breuken nog twee regels: de verkleining
{abreviatie) en de herleiding {reductie).
g. Be verkleining leert om eene breuk tot hare
kleinste benaming te brengen, zonder hare waarde
te veranderen.
h. Deze verkleining geschiedt door teller en noemer
eener breuk, met den grootsten gemeenen deeler van
beiden, te deelen; op grond der tweede eigenschap.
i. Den grootsten gemeenen deeler van teller en
noemer vindt men, door den teller in den noemer te
deelen; het overschot weder in den teller; dit over-
schot weder in den laatsten deeler, tot zoo lang men
een deeler heeft, die zonder overschot opgaat: deze
laatste deeler is dan de grootste, dien teller en
noemer met elkander gemeen hebben.
h. Als er eindelijk bij zoodanige deeling één over-
blijft, is het kennelijk, dat teller en noemer geen'
gemeenen deeler hebben.
l. Deze bewerking steunt op de volgende twee
algemeene waarheden: (ajdomata). 1«. ieder getal is
deelbaar door zich zelf; en 2" als een getal deeler is
van een ander getal, zal het ook deeler zijn van alle
mogelijke veelvouden van dit andere getal.