Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
e. Een geheel getal met eene breuk, b. v. ,
noemt men een zamengesteld of gemengd getal.
ƒ. Men onderscheidt de gewone breuken in twee
hoofdsoorten: eenvoudige en zamengestelde breuken.
g. Eenvoudige breuken zijn dezulke, welker teller
of noemer een geheel getal is.
h. Zamengestelde breuken zijn breuken, welker
teller of noemer, of welker teller en noemer beiden,
gebrokene of zamengestelde getallen zijn.
i. De eenvoudige breuken worden weder in gëbrui-
Icelijke en ongebruikelijke breuken onderscheiden.
k. Gebruikelijke breuken zijn zulke, welker teller
kleiner dan de noemer is.
l. Ongebruikelijke breuken zijn die, welker teller
gelijk aan of grooter dan de noemer is.
§ 12.
a. De gewone breuken hebben vier hoofdeigen-
schappen.
b. Eerste eigenschap. AUe breuken, welker tellers
en noemers even groot zijn, zijn gelijk aan de een-
heid, en dus ook gelijk aan elkander.
c. Tweede eigenschap. Als men teUer en noemer
eener breuk met een zelfde getal vermenigvuldigt of
deelt, dan verandert hierdoor de waarde der breuk niet.
d. Berde eigenschap. Eene breuk wordt grooter^
indien de teller grooter wordt, en de noemer dezelfde
blijft.