Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
dat, beneden de eenheid, in een'tienvoudigen rang
is voortgezet.
e. Men zondert de breuk van de geheelen af door
eene comma, decimaal-punt, genoemd. Indien er
geen geheel voorhanden is, zet men in deszelfs
plaats eene nul.
f. Bij het optellen van tiendeelige breuken gaat
men te werk even als bij de geheele getallen; na
de cijfers, volgens hunnen rang, onder elkander te
hebben geschreven, begint men aan de regterhand.
(j. Ook in de vermenigvuldiging handelt men als
met geheele getallen. Alleen schrapt men van het
product, aan de regterhand, zoo vele cijfers af, als
er zijn in de breuken van het vermenigvuldigtal en
den vermenigvuldiger te zamen.
h. In de aftrekking plaatst men de getallen, naar
rang, onder elkander, en trekt af als bij de geheele
getallen.
i. De deeling geschiedt insgelijks als bij de geheele
getallen; doch ook hier moet men, even als bij de
vei-menigvuldiging, acht geven op hetgeen men tot
breuk verkrijgt in de uitkorpst.
h. Men vindt de breuk in de deeling, door, inde
uitkomst, aan de regterhand, zooveel cijfers af te
schrappen, als er meer zijn in de breuk des deeltals,
dan in die van den deeler.
l. Als de deeler geene breuk bij zich heeft, dan