Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
e. De evenmatige deelen eener grootlieid verkrij-
gen hunne bijzondere benaming van de getallen, die
aanwijzen hoeveelmaal zij in het geheel begrepen zijn.
ƒ. Een of meer evenmatige deelen tan een geheel
noemt men eerve bkeuk , gelroken of gebroken getal.
/ g.Dü gemeene maat van twee gelijkslachtige groot-
heden is eene derde grootheid, die een evenmatig
deel van elke der beide eerste grootheden is.
h. De getallen, die aanduiden hoeveelmaal de
gemeene maat van twee gelijkslachtige grootheden in
elke van deze grootheden begrepen is, drukken de
verhouding, de betrekking of reden van deze twee
grootheden uit.
i. Als eene der twee grootheden, die men met
elkander vergelijkt, een evenmatig deel van de
andere is, dan is slechts één getal voldoende, om
derzelver verhouding volkomen uit te drukken.
§ 9.
a. Een kleiner getal wordt gezegd deeler van een
grooter te zijn, als dit kleinere getal een evenmatig
deel van het grootere is.
h. In elke deeling, die opgaat, is dus de deeler:
een deeler, of evenmatig deel van het deeltal.
c. De eenheid en het getal zelf worden nimmer
als deelers aangemerkt.
d. De getallen zijn deelbaar of ondeeliaar.