Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
de reden of de verhouding van een grooter tot een
kleiner getal.
e. Het getal dat men deelt, noemt men het deel-
tal (Äwc^eKi?«); dat, waardoor men deelt, den dee-
ler (divisor); en het getal, dat men door de deeling
verkrijgt, heet de uitkomst, (quotiënt).
f. Eene deeling drukt men uit, door het deeltal
boven den deeler te schrijven, met een streepje tus-
schen beiden. Ook schrijft men deeltal en deeler naast
elkander, en daar tusschen de dubbele punt.
g. De deeHng is het tegengestelde van de verme-
nigvuldiging; zoo dat, als men den deeler zooveel-
maal neemt als het quotiënt eenheden bevat, het
product gelijk moet zijn aan het deeltal.
h. Op grond der voorgaande waarheid kan men
beproeven of de deeling juist is geschied.
i. Het quotiënt eener deeHng verandert niet, als
men het deeltal en den deeler beiden met een zelfde
getal vermenigvuldigt of deelt.
Inleiding tot de Brenlien.
§7.
a. Grootheid is alles, dat vermeerderd of vermin-
derd kan worden; en, op alle mogelijke wijzen,
in deelen deelbaar is.
h. Geene grootheid is zóó groot, of zij kan nog
grooter worden.