Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
Getallen zijn gelijknamig, als zij een' zelfden
naam dragen; als: 3 gulden^ 10 gulden enz. Onge-
lijknamig , als dit niet het geval is; zoo als: 4 hoehen,
7 Mjen enz. Alleen de gelijknamige getallen kunnen
opgeteld worden.
§4.
a. De vermenigvuMiging leert om een getal zoo
vele malen te nemen, als er eenheden in een ander
getal bevat zijn.
b. Men noemt de getallen, die men met elkander
vermenigvuldigt: het eene vermenigvuldigtal {mul-
tiplicanduM)y het andere vermenigvuldiger (mul-
tiplicator),
c. Het getal, dat men door vermenigvuldiging
verkrijgt, heet het voortbrengsel {product).
d. De vermenigvuldiging is eigenlijk niets anders
dan eene kunstmatige, verkorte optelling van gelijke
getallen.
e. Het vermenigvuldigtal alleen kan een benoemd
getal zijn. De vermenigvuldiger moet noodzakelijk
als onbenoemd aangemerkt worden. Het product is
altijd met het vermenigvuldigtal gelijknamig.
ƒ. Men gebruikt een liggend kiniisje (X) om aan
te duiden, dat twee getallen met elkander moeten
vermenigvuldigd worden.
g. Het product van twee getallen kan nog eens met
een derde vermenigvuldigd worden, dit komende