Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
eenheden bevat, zoo groot is, als de opgegevene
getallen te zamen.
ö. Het gevondene getal noemt men de som der
gegevene getallen.
c. Om aan te duiden, dat twee getallen moeten
worden opgeteld, gebruikt men een regtstandig
kruisje (+) plus genoemd.
d. Als men eenige getallen wil te zamen tellen,
schrijft men ze zóó onder elkander, dat de eenheden,
tientallen, honderdtallen enz. regt onder elkander
komen te staan. Vervolgens begint men de optelling
bij de eenheden, om de tientallen, die er onder be-
grepen zijn, bij de tientallen te kunnen optellen; enz.
e. Om zicb te overtuigen dat men ^oed heeft
opgeteld, beginne men nog eens en dan van boven
af op te tellen, als men eerst van onderen af be-
gonnen is, of omgekeerd.
ƒ. De getallen, die men optelt kunnen benoemd
of onbenoemd zijn.
g. De getallen zijn benoemd, als er de naam der
eenheden bijgevoegd is; b. v. 20 menschen, huizen,
enz. Onbenoemd zijn de getallen, als dit niet het
geval is, en men eenvoudig 20 schrijft, zonder
meer. Men noemt deze ook: getallen in het afge-
trokkene, (m abstracto').
h. Men onderscheidt de benoemde getallen in
gelijknamige en ongeUjknamige.