Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Auteur: Ouwersloot, D.
Uitgave: Haarlem: A.C. Kruseman, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7134
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201744
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de theorie der rekenkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
op zich zelve, geene waarde hoegenaamd aanduidt.
ƒ. Om een gegeven getal te schrijven, moet men
in acht nemen: hoeveel cijfers men daartoe noo-
dig heeft; 2° welke cijfers; en 3» hoedanig deze cij-
fers, elk naar zijne waarde, moeten gerangschikt
worden; zoodat de eenheden op de eerste plaats , de
tientallen op de tweede, de honderdtallen op de derde
plaats, enz. aan de regterhand beginnende, komen
te staan.
ff. Om een groot getal uit te spreken, verdeele men
hetzelve van drie tot drie getalmerken, omdat ieder
drietal op dezelfde wijze wordt uitgesproken; en men
nimmer meer dan drie cijfers te gelijk uitspreekt.
h. De voornaamste of hoofdregelen der rekenkunst
zijn;
OptelKng. Additie.
Vermenigvuldiging. Multiplicatie.
Aftrekking. Suhstractie.
Deeling. Divisie.
i. Door de twee eerste dezer regelen leert men,
hoe de hoeveelheden te vermeerderen; en door de
andere, hoe haar te verminderen.
noofdregelen.
§3.
«. De Optelling of Zamenteüing leert, om uit
eeiiigc getallen één getal te vinden, dat zoo vele