Boekgegevens
Titel: Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Pijkeren, J.
Uitgave: Zutphen: W.C. Wansleven, 1850
10e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7333
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201668
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
57 L E S.
Ik heb nu reeds ve Ie din gen ,
in dit hoekje ge Ie ^en, die ik
nog niet ge we ten , of waar aan
ik f ten min sten, soo niet ge-
dacht heb, Cceide Jan. Ik weet
nog welf wat er in staat. Gij
ook Piet? De meester aes^t: gij
moet wel onthouden wat gij leest^
an ders hebt gij er geen nut van.
Mietje Leergraag, weet al-
tijd 'ZOO veel, van haar lesje te
ver tel len, O, dat kunt gij niet
ge loo ven,
58 LES,
Ik weet wel soo veel niet te ver-
Ze/ len , als M i e l j e , maar ik heb
toch al wal onthouden. Ik weet
nog wel wat van den stou. ten
Hen drik; ook van Klaas en
Willem; en van Uerk Waag-
hals, dat weet ik ook nog wel.
Ja, zei de Jan, ik weet ook wel
ivat; ik weet nog van Han nes,
die 'ZOO bang is — als ook van ïrijn
en Door tje, met hare spelden, -