Boekgegevens
Titel: Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Pijkeren, J.
Uitgave: Zutphen: W.C. Wansleven, 1850
10e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7333
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201668
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 2» )
51 L E S,
Foei 5 die ban ge IJ an nes I
Hij is bang voor iets, dat er
niet eens is. Is dat niet om te
lag chen ? Raad eens ^ waar hij
bang voor is. Hij is bang voor
spo ken. Des a vonds, als het
duister is, durft hij niet eens
voor de deur gaan; en het
heeft werk, om hem al leen
naar bed te krij gen. Zij ne
moe der moet al tijd bij hem
blij ven, tot dat hij in slaap is.
52 L E S,
Woct gy wel, waarom Utin nex
xoo baug is ? Hij komt ge du rig
bij de OU de buur vrouw, die al tijd
van spo ken ver telt, en dat hoort
Ha71 ne s zoo gaar ne. Hij luis-
tert dan met neus en mond; en na-
der hand. is hij zoo bang, dat hy
zich niet weet te bergen. Ik mag
<iaar om niet by buur vrouw ko uieti,
dat wil ra der niet heb beu.