Boekgegevens
Titel: Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Pijkeren, J.
Uitgave: Zutphen: W.C. Wansleven, 1850
10e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7333
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201668
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 23 )
41 L R S.
Als ik wat gedaan heb, dat
niet goed is, dan moet ik de
schuld daar van, niet op een
an der schui ven» Foei! dat is
stout en ón deu gend. De mees-
ter vroeg laatst aan Klaas ^
waarom hij zijn boek zoo be-
morst had. Ik kan het niet
helpen, dat heeft Willem
gedaan, zei de Klaas, Maar
de meester wist wel beter.
42 LES.
Wat meent gij dat de stou te
Hendrik laatst deed? Hy schop-
te den armen Kees roor het been.
Ik zag het juist. Kees begon te
huilen. Wat scheelt eraan, Kees?
vroeg de meester. Kees zei de het
aan den mees ter. O, neen, riep
Hendrik^ ik heb het niet ge-
daan, Piet heeft het gedaan.
Was dat niet stout ran Hen drik?