Boekgegevens
Titel: Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Pijkeren, J.
Uitgave: Zutphen: W.C. Wansleven, 1850
10e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7333
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201668
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( liO )
35 L E S.
Kin de ren! gij moet be leefd
zijn, zegt de mees ter , en va-
der zegt het ook. Be leef de
kin de ren wor den van elk be-
mind. Hebt gij wel gehoord,
wie gis te ren het meest ge pre-
zen werd, toen die Heer in de
school was? iSiemand, w^erd
meer ge pre zen , dan Jf/^ tje^
die al tijd be leefd is. De Heer
zei de, dat Mietje het aar-
digste meisje van de geheele
school was.
36 L E S.
Hen drik is eeu lompe jongen,
niet waar Jan P Als de mees ter
hem iels vraagt, dan zegt hij al-
lydja, neen, dat weet ik iiiet
Is dat wel goed gezegd, JanP Ik
'zou lie Ter zeg gen : ja wel, mees-
ter: o neen, mees Ier: ik weet het
niet, mees ter. • ... Gy ook niét ?
Hen drik neemt ook zelden deu
hóed af, als hij ie mand voor bij gaat.