Boekgegevens
Titel: Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Pijkeren, J.
Uitgave: Zutphen: W.C. Wansleven, 1850
10e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7333
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201668
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( ló )
25 L E S, /
Ik eet gaarne appels en pe-
ren , ook wel kersen en prui-
men. Ik mag die ook wel eten,
maar ik moet wach ten tot
zij ri]p zijn. Onrij pe vruch-
ten zijn niet goed, zegt moe-
der, men kan er ligt ziek van
worden. Ziek wil ik niet gaar-
ne zijn; want dan kan ik niet
naar de school gaan, en ook
niet spelen.
2Q L E S.
Willem! Waar is uw kleine
broer tje; is hij itiet in de school ?
iSeeu, meester, hij is ziek. Wat
scheelt hem? ik weet niet wat hem
scheelt; maar hy heeft gis te re»
pruimen gegeten, die niet rijp wa-
ren. U, zij waren nog zoo zuur.
^u klaagt hij over pijn in den buik
en pijn in het hoofd
Waarom mag meu gee ne on rij-
pe rruch ten e ten ?