Boekgegevens
Titel: Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Pijkeren, J.
Uitgave: Zutphen: W.C. Wansleven, 1850
10e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7333
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201668
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( y )
L E S.
Moogt gij wel met een mes
spe len, Piet? En waar om
niet. Een mes deugt voor kin-
deren niet, zegt vader. Met
een mes kan men zich ligt snij-
den. Jan had laatst een mes,
maar wat deed hij? hij sneed
zich in den vinger. Het bloed
liep er uit, o zoo veel. Jan
zal niet weer zoo ligt een mes
jn de hand ne men.
14 L E S.
Koosfe wilde ee ue pop urn-
keu . eu had ee ue schaar iu de
hand. Haar klei ue zusje, die bij
haar stoiid, wil de Koos Je de
schaar uit do haud uemeu. Wat
deed Koos jé uu? Zij wilde de
schaar oui hoog hou deu , eu stiet,
bij OU ge luk, haar zusje iu het oog.
Wie weet of haar^ oog niet blind
wordt.