Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
78 Obéissance, soumission.
Gehoorzaamlieid, onderwerping.
XLIX.
Obéissance, soumission.
Voulez-vous me donner gain de
cause? — Pas encore.
Elle est souple comme un gant.. .
vous ferez d'elle ce que vous voudrez.
Mettez-y de la bonne volonté,
sinon ...
Elle est forcée de subir ses mi-
nistres.
Qu'il vous suffise de savoir que
je ne le veux pas.
D'après ce que je vois, vous êtes
décidé à me désobéir.
Avez-vous pris à tâche de me con-
tredire en tout?
Vous vous faites bien tirer l'oreille
pour dire oui !
Eendez-vous !
Je saurai bien le mettre au pas . . .
laissez-moi faire.
Je leur tenais tête, mais il fallut
plier.
A-t-on fait violence à vos incli-
nations? — Nullement.
Il est chargé d'une négociation
importante. — Cela fait bien son
éloge.
Qui est-ce qui vous charge de cette
commission?... ne puis-je pas la
faire moi-même?
Nous te chargeons du repas de
noces ... mais ça doit être un ban-
quet corsé!
Il a bien voulu se charger de le
faire.
C'est une aimable fille qui se
charge de mon bonheur. — Et qui
tiendra parole.
Cela me regarde et je m'en charge.
— Pourvu que ce ne soit pas au-dessus
de vos forces.
Gehoorzaamheid, onderwerping.
Wilt gij het mij gewonnen geven ? —
Nog niet.
Zij is bijzonder buigzaam ... ge
kunt haar om uw vinger rollen.
Doe het goedwillig, anders ? ...
Zij moet haren ministers gehoor-
zamen.
Laat het u voldoende zijn te we-
ten dat ik het niet verkies.
Naar ik zie, zijt gij besloten mij
niet te gehoorzamen.
Hebt ge u ten taak gesteld mij
in alles tegen te spreken?
Ge laat u lang smeeken om dat
te doen.
Geef u over.
Ik zal hem wel tot rede brengen.,.
laat mij maar begaan.
Ik bood hun weerstand, doch
moest ten slotte wijken.
Heeft men u geweld aangedaan?
— Volstrekt niet.
Hij is met een belangrijke onder-
handeling belast. — Dat strekt hem
tot eer.
Wie draagt u deze boodschap op ?.,.
Kan ik die niet zelf doen?
Wij dragen u de zorg voor het
bruiloftsmaal op . . . maar het moet
een heerlijke tafel zijn!
Hij is zoo goed geweest er zich
mee te belasten.
Het is een allerliefst meisje dat
mij gelukkig wil maken. — En dat
woord zal houden.
Dat gaat mij aan en ik neem het
op me. — Als hét uwe krachten
maar niet te boven gaat.