Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
Intérêt, sympathie.
L'intérêt que vous lui portez est
un sûr garant de son mérite.
Il y met beaucoup d'intérêt.
Il m'a parlé de vous avec le plus
vif intérêt.
Des intérêts de cœur Ty obligent.
Aurait-il intérêt à vous perdre?
Je vous parle des plus grands
intérêts.
Je prends une vive part à votre
douleur.
C'est de mon ressort.
Il est bien à plaindre, allez !
Je vous plains de toute mon âme.
Vous êtes au comble du malheur;
j'en suis profondément peiné!
Votre sœur m'a pris en affection.
Belangstelling, deelneming.
De belangstelling, die ge voor hem
koestert, is een zekere waarborg voor
zijn verdienste.
Hij doet het met groote deelneming.
Hij heeft mij met de grootste deel-
neming over u gesproken.
Hartsaangelegenheden dwingen hem
er toe.
Zou het zijn belang meêbrengen
om u ten gronde te richten?
Ik spreek u over de gewichtigste
aangelegenheden.
Ik neem een levendig deel in uw
verdriet.
Dat behoort tot mijn vak.
Geloof mij, hij is wel te beklagen!
Ik beklaag u uit geheel mijn hart.
Uw ongeluk is ten toppunt geste-
gen ; het doet mij innig leed!
Uwe zuster heeft genegenheid voor
mij opgevat.
XLII.
Volonté.
Elle fait ses quatre volontés.
J'y renonce de ma pleine et en-
tière volonté.
Il faut bien faire ce que vous
voulez.
Mon père veut que je parte ... il
faut bien me soumettre.
Je veux mon livre.
Elle veut bien ce qu'elle veut.
Vous avez beau rire, je n'en ferai
ni plus ni moins.
Ça ne veut pas entrer dans ma tête.
Je le voudrais, mais le moyen?
Que voulez-vous? .. . c'est sa ma-
nière.
Il voulait nager, mais il était
trop faible.
Que veux-tu qu'on fasse de sa for-
tune?
Wil.
Zij volgt haar eigen wil.
Ik zie er vrijwillig van af.
Men moet ten slotte doen wat
gij ■ wilt.
Mijn vader wil dat ik vertrekken
zal. .. ik moet gehoorzamen.
Ik verlang mijn boek.
Zij zet altijd haren wil door.
Lach maar toe, ik zal toch doen
wat ik wil.
Dat wil maar niet in mijn hoofd.
Ik mocht het wel lijden, maar hoe
is 't mogelijk!
Wat zal ik er u van zeggen ? ...
hij is nu eenmaal zoo.
Hij beproefde te zwemmen, doch
was er te zwak toe.
Wat zal men met zijn vermogen
aanvangen ?