Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
66 Commod., aisance, richesse, opulence. Gemak, welgesteldh., rijkdom, enz.
L'aristocratie d'argent tend à s'éta-
blir en tout pays.
Voyez comme le plus arrondi
d'entre eux jubile et se pavane!
Allez voir ces fêtes aux Tuile-
ries ... on y fait assaut de magni-
ficence.
Elle est belle et, qui plus est, i
elle a de la fortune.
Nous jouissons d'une honnête
aisance .. . rien de plus.
Il a des écus à remuer à la pelle.
De geldaristocratie schijnt zich
overal te willen vestigen.
Zie eens hoe de meest welge
stelde onder hen jubileert en een
hooge borst zet!
Ga die feesten in de Tuileriën eens
zien .. . men wedijvert daar in pracht.
Zij is schoon en bovendien heeft
zij geld.
We zijn welgestelde menschen ...
dat is alles.
Hij heeft geld als water.
XXXVIII.
Inquiétude, embarras, perplexité.
Cette énigme donne de l'embarras
à qui veut la deviner.
La bourse a baissé? ... me voilà
bien ou dans de beaux draps ! - (pu
beau garçon! fig^
Vous n'avez que l'embarras du
choix.
Ce calcul l'embarrasse.
Vous vous êtes attiré une mé-
chante affaire.
Il ne sait plus de quel bois faire
flèche ou à quel saint se vouer.
Elle ne sait pas où donner de la tête.
Elle s'est fait un cas de conscience
de m'emprunter de l'argent.
Je ne sais comment m'y prendre.
Le voilà dans ses petits souliers. ^
Je suis au supplice, dans l'huile
bouillante, fig.
Onrust, verlegenheid, radeloosheid.
Dit raadsel brengt een ieder die
het raden wil, in de war.
De effekten zijn gedaald? ... daar
ben ik mooi aan toe!
Gij zijt alleen verlegen met wat
gij kiezen zult.
Hij zit met deze berekening in
de war.
Ge hebt u daar een leelijke zaak
op den hals gehaald.
Hij is ten einde raad.
Zij weet niet wat zij beginnen zal.
Zij maakte er een gewetenszaak van
om geld van mij te leenen.
Ik weet niet hoe ik dat zal aan-
vatten.
Nu zit hij erg in den brand.
Ik zit op heete kolen.
' Inversion familière pour: ce qui est plus.
2 Etre, mettre dans de beaux draps, c'est se trouver, mettre quelqu'un dans une
situation embarrassante, par allusion à un Nègre qui, mis dans des draps blancs,
paraîtrait encore plus noir.
^ Dans une position très-critique, par analogie avec une chaussure trop étroite, qui
gêne la marche et fait souffrir.