Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Délivrance, débarras, démission.
Verlossing, ontlasting, ontslag. 65
Ces marchandises sont de bonne
défaite.
J'étais enroué. — Mauvaise défaite !
J'ai donné ma démission. — C'est-
à-dire qu'on te l'a donnée. .. Grand
bien te fasse ! ^
Croyez-vous en ctre quitte à si
bon marché?... Vous me devez sa-
tisfaction complète.
Je vous en tiens quitte. — C'est
bien généreux de votre part!
Deze waren hebben grooten aftrek.
Ik was verkouden. — Een lee-
lijke uitvlucht!
Ik heb mijn ontslag genomen. —•
Zeg liever dat men het u gegeven
heeft.. . Wel moge het u bekomen I
Denkt ge er zoo gemakkelijk af te
komen?. .. Ik verlang van u volko-
men satisfactie.
Ik ontsla er u van. — Dat is zeer
edelmoedig van u!
XXXVIL
Commodité, aisance, richesse,
opulence.
Je renonce à la gloire, j*aimetrop
mes aises.
Comme je me sentais mal à mon
aise, chaque fois qu'il m'arrivait
d'être seul avec lui!
Dans nos orages de tribune je me
sens plus à l'aise.
Je ne me sens jamais plus à mon
aise qu'au lit.
Tu veux dormir? ... à ton aise,
mon très cher!
Du calme? ... vous en parlez bien
à votre aise.
Venez dans ma loge .,. vous serez
plus à l'aise.
Lui gêné? .. . pas du tout ! il est
fort à son aise.
Je te laisse à ton aise; ainsi point
d'inquiétude sous le rapport financier.
Ce sont des gens aisés.
Ces gens roulent carrosse.
C'est un homme qui a de l'argent
{fam. qui a de quoi).
Gemak, welgesteldheid, rijkdom,
weelde.
Ik zeg den roem vaarwel, ik beu
te veel op mijn gemak gesteld.
Telkens, wanneer ik toevallig alleen
met hem was, gevoelde ik mij vol-
strekt niet op mijn gemak.
Bij de debatten in de kamer haal
ik weder adem.
Ik gevoel me nooit meer op mijn
gemak dan in bed.
Wilt ge gaan slapen ? .. . geneer
u volstrekt niet, mijn waarde!
Mij bedaard houden?.. ■ gij hebt
mooi praten.
Kom in mijn loge .. . gij zult er
gemakkelijker zitten.
Hij slecht bij kas ? ... in 't ge-
heel niet! hij is een zeer welge-
steld man.
Ik laat u in goede omstandigheden
achter; uit een geldelijk oogpunt be-
hoeft er dus geen vrees te bestaan.
Dat zijn welgestelde menschen.
Deze menschen houden rijtuig en
paard.
Dat is een man van geld.
Inversion et ellipse pour: Je souhaite que cela te fasse grand bien.