Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Décision, détermination, résolution. Beslissing, vastberadenheid, besluit. 57
Je crois que je m'en tiendrai à
cette étoffe . .. elle me plaît assez.
Je m'en suis tenu à ce témoignage.
J'ai tenu bon.
Vous le prenez sur un ton bien
haut! — Vous de même.
Je suis homme à tout faire pour
vous obliger.
Ce qui m'étonne c'est qu'il ait ^
pu vous y amener.
Je n'ai pu l'amener à vous par-
donner.
Ik geloof dat ik bij deze stof
blijf... Zij bevalt mij vrij goed.
Ik heb mij aan deze getuigenis
gehouden.
Ik heb niet toegegeven.
Gij slaat een vrij hoogen toon
aan! Gij eveneens. ■
Ik ben tot alles in staat om u te
helpen.
Ü'at mij verwondert is dat hij u
daartoe heeft kunnen brengen.
Ik heb hem niet kunnen bewegen
om u vergiffenis te schenken.
XXX.
Peur, crainte, effroi.
Bah ! je ne crains pas une averse...
on en est quitte pour se secouer.
Craignez-vous qu'il ne reçoive une
blessure? -... Son adversaire est
habile.
Il craint cette entrevue.
Je crains qu'il n'ait un duel.
Elle a craint que cela ne tournât
mal. 3
Je ne crains pas qu'il manque de
coeur. ^
Ne craignez-vous pas qu'il ne suc-
combe ? ^
Il avait une peur du diable qu'on
ne le chassât. — Et ce n'eût été
que justice.
Vous avez peur de votre ombre.
Tu me fais des peurs atroces.
Trees, angst, ontsteltenis.
Kom! ik geef niet om een stort-
regen . .. men schudt zich af en
daarmee is 't uit.
Vreest gij dat hij gewond zal wor-
den?... Zijn tegenstander is een
goed schutter.
Hij verwacht niets goeds van deze
bijeenkomst.
Ik vrees dat hij zal moeten duel-
leeren.
Zij vreesde dat het verkeerd zou
uitloopen.
Ik vrees niet dat het hem aan
moed zal haperen.
Vreest gij niet, dat hij bezwij-
ken zal?
Hij zat in den grootsten angst
dat men hem zou wegjagen. — En
dat zou niet meer dan recht en bil-
lijk geweest zijn.
Gij zijt bang voor uw eigen schaduw.
Gij jaagt mij een vreeselijken angst
op het lijf.
^ Il faut ici le subjonctif, parce que le verbe étonner exprime un mouvement de l'âme.
^ ® Craindre, conjugué interrogativement ou affirmativement, est suivi à^ne;
conjugué négativement, il le rejette; dans une proposition tout ensemble négative et
interrogative, le ne est de rigueur.