Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
49 Louanges, e'loges, flatterie.
Loftuitingen, lofspraak, vleierij.
C'est comique à n'y pas tenir.
11 est là sur son terrain.
C'est un gaillard qui a de la tête.
Cette toilette vous va à ravir.
't Is om uit te schateren.
Dat is zijn element.
Dat is een vlugge kop.
Dit toilet staat u om te stelen.
XXV.
Orgueil, vanité, prétention.
Il entre beaucoup d'orgueil dans
vos actions.
Elle aime trop à se faire valoir.
Comme il fait le crâne ! — Ses
crâneries ne sont que ridicules.
Il s'étend avec complaisance sur
son propre mérite.
On le connaît comme un blagueur,
un craqiieur.
Vous êtes venu !...
— Oui, et j'y ai bien quelque
mérite.
L'arrogance est le culte exclusif et
constant de son opinion individuelle.
Elle se pique de parler français
très-couramment.
C'est un de nos beaux-esprits en
jupons.
Elle ne fait pas de phrases ni
d'embarras.
Ces gens veulent faire de l'esprit.
Jusqu'où pousserez-vous l'imper-
tinence ?
Il aime à trancher du grand
seigneur.
J'ai l'amour-propre de croire que
je vous amuse.
Voyez comme il se donne des airs !
Vous fiiites fi de mes offres.
La voilà qui prend ses airs penchés.
Rien de tel que de faire le fendant.
Quels grands airs il m'a fallu
endurer !
Hoogmoed, ijdelhcid, aanmatiging.
Daar schuilt veel hoogmoed onder
uwe handelingen.
Zij laat zich gaarne gelden.
Wat hangt hij den windbuil uit! —
Zijne grootsprekerij is allerdwaast.
Hij weidt bij voorkeur uit over
zijn eigen verdienste.
Hij staat bekend als een blufi"er,
een pocher.
Zijt gij gekomen? —
Ja, en dat mag wel gewaardeérd
worden.
Aanmatiging is de uitsluitende en
voortdurende eeredienst zijner per-
soonlijke meening.
Zij laat zich veel voorstaan op haar
vloeiend Fransch spreken.
Dat is een onzer vrouwelijke ver-
nuften.
Zij is geen babbelaarster en ze
maakt ook geen beweging.
Deze lieden willen altijd gees-
tig zijn.
Tot hoe ver zult ge de onbeschaamd-
heid drijven?
Hij speelt gaarne den grooten heer.
Ik ben ijdel genoeg om te geloo-
ven dat ik u vermaak.
Zie eens welk een toon hij aan-
neemt !
Gij versmaadt mijn aanbod.
Nu neemt zij weer gemaakte ma-
nieren aan.
Er gaat niets boven pochen.
Welke trotsche manieren iieb ik
niet moeten verduren.