Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Croyance, persuasion, illusion.
Geloof, overred., verblind., begoochel. 33
Croyez-vous bonnement ^ que j'aie
pu. . .
Me prenez-vous pour un sot?
Je me Tétais bien imaginé.
Il s'est chaussé cette opinion dans
la téte.
Et cette maladie que j'ai si heu-
reusement imaginée, ne m'en faites-
vous pas compliment?
Désignez la somme qu'il est censé
emprunter.
.le puis à peine me le figurer.
Je ne veux pas ctre censé en rien
savoir.
Qui donc a foi à ces annonces
mensongères?
Et vous laisseriez s'accréditer de
telles niaiseries?
Napoléon avait foi dans son étoile.
Vous ctes censé savoir ce secret.
Il y a des gens assez simples pour
croire aux réclames des journaux.
Gardez-vous de le détromper.
Vous voulez m'en faire accroire.
J'ai beau dire que ça n'est pas...
personne ne veut me croire.
Eh! non, Madame, tout ceci n'existe
que dans votre imagination.
Je m'en suis douté.
Il ne s'en doute mcme pas, tant
il est aveugle.
Je me doutais que mon fils l'aimait.
Personne ne se doutera d'où vient
cette lettre.
Gelooft gij in allen ernst, dat....
Houdt ge mij voor een dwaas?
Dat had ik mij wel voorgesteld.
Hij heeft zich deze meening in 't
hoofd gezet.
En betuigt gij mij uwe bewonde-
ring niet over mijn gelukkig verzin-
sel van die ziekte?
Geef de som aan welke men be-
weert dat hij geleend heeft.
Het komt mij onbegrijpelijk voor.
Ik wil er niet voor gehouden wor-
den alsof ik er iets van wist.
Wie hecht geloof aan deze leugen-
achtige aankondigingen.
En zoudt gij aan dergelijke zot-
ternijen geloof willen doen hechten?
Napoleon vertrouwde op zijn goed
gesternte.
Gij wordt geacht in 't geheim te
zijn ingewijd.
Velen zijn lichtgeloovig genoeg,
om aan couranten-aankondigingen ge-
loof te schenken.
Wacht u hem zijne dwaling dien-
aangaande te doen inzien.
Gij wilt me wat op de mouw
spellen.
Al houd ik ook vol dat het niet
waar is, toch wil niemand mij ge-
looven.
Neen, mevrouw, dat alles bestaat
uitsluitend in uwe verbeelding.
Ik heb liet vermoed.
Hij denkt het zelfs niet, zoo blind
is hij.
Ik verbeeldde mij wel dat mijn
zoon haar liefhad.
Niemand zal vermoeden vanwaar
deze brief komt.
1 Nous avons fait observer, au sujet de la locution avoir beau, que l'épigramme
se retrouve, pour ainsi dire, au berceau de la syntaxe française. La bonté du carac-
tère assimilée à la niaiserie, la bonhomie prise en mauvaise part, sont des conquêtes
qui datent de la fin du règne de Louis XIV, époque où le caractère national avait
reçu une rude atteinte. Jusqu'alors le bonhomme n'était autre que le good fellow des
Anglais et le y^guter Mensch" des Allemands.
3