Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Pensée, réflexion, jugement.
Gedachte, nadenken, oordeel. 31
J'y penserai.
Il l'a fait sans penser cà mal.
Y pensez-vous?
Vous entrez bien dans mes pen-
sées.
Il ne pense qu'à lui.
Vous avez bien voulu penser à
moi ? ... merci !
Que pensez-vous d'un petit tour
de promenade?
Vous m'y faites penser.
Jugez après cela si je puis songer
à vous épouser.
On ne sait que penser de ce jeune
homme.
Voyons, dites votre pensée.
On n'a pas d'idée d'une telle
insolence.
Je vais le lui dire en face. — Ne
vous en avisez pas !
Il n'a d'idée de rien.
Je n'en ai pas la moindre idée.
Mon cœur se révolte à cette idée.
C'est n'avoir aucune idée de con-
venance.
Ne va pas t'aviser d'être malade.
Allons aux voix !
c'est ma manière de voir.
On dépouille le scrutin • secret.
Autant de têtes, autant d'avis.
prov.
Je vous fais juge du cas.
On vous prend pour arbitre.
Jugez de ma surprise en recevant
ce messager.
De quoi t'avises-tu de ne pas
signer tes lettres?
Toute réflexion faite, je dirai non.
Je n'ai point d'avis dans de si
hautes questions.
Ik zal er over nadenken.
Hij heeft het zonder eenige kwade
bedoeling gedaan.
Hoe denkt ge er aan ?
Gij vat juist mijne bedoeling.
Hij is alleen op zijn voordeel be-
dacht.
Gij hebt de goedheid gehad aan mij
te denken?... Hartelijken dank.
Wat dunkt n van een wandelin-
getje?
Gij herinnert er mij aan.
Oordeel nu zelf of ik, na het ge-
beurde, er nog over denken kan u
te huwen.
Men kan uit dezen jonkman niet
wijs worden.
Komaan, zeg uwe denkwijze eens.
Zulk eene onbeschaamdheid kan
men zich niet voorstellen.
Ik zal het hem in het gezicht zeg-
gen. — Beproef dat maar niet.
Hij heeft nergens begrip van.
Ik heb er niet het minste begrip
van.
Dat denkbeeld stuit mij tegen de
borst.
Daii moet men niet het geringste
begrip van welvoeglijkheid hebben.
Ge moet nu niet ziek gaan wor-
den.
Laat ons gaan stemmen.
Dat is nu mijne zienswijze.
Men gaat den uitslag der stem-
ming na.
Zoo veel hoofden, zoo veel zin-
nen.
Oordeel er zelf over.
Gij moet de kwestie beslissen.
Verbeeld u hoe verbaasd ik was,
toen ik deze boodschap ontving!
Wat vermeet ge u, uwe brieven
niet te onderteekenen?
Alles wel overwogen, zal ik het
weigeren.
In zulke gewichtige zaken durf ik
mijne denkwijze niet uiten.