Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Coinpréhens., intelligence, conception. Begrip, verstand, bevattingsverm. 27
C'est donc ça !... je comprends
maintenant.
C'est à n'y rien comprendre.
J'ai conçu pour vous une haute
estime.
C'est de l'algèbre pour lui.
Je ne conçois rien à vos procé-
dés ... ils m'agacent.
C'est parler clair, j'imagine!
Est-ce que je me fais entendre?
— Que trop.
On est sûr avec lui d'être entendu
à demi-mot.
Comment l'entendez-vous?
Un négociant n'entend rien à la
jurisprudence.
Je n'entends rien à son genre de
folie.
Il n'entend rien à mener une affaire
un peu délicate.
Elle entend bleu ses intérêts.
Vous entendez finesse à tout ce
qu'on dit.
Je l'ai fait sans y entendre malice.
Nul ne s'y entend mieux que lui.
C'est ainsi.. . dans mon village,
s'entend.
Ha zoo!.. . nu begrijp ik het.
Daar kan men niet wijs uit wor-
den.
Ik koester hoogachting voor u.
Dat is hebreeuwsch voor hem.
Ik weet niet wat ik van uw han-
delwijze moet denken ... zij verbit-
tert mij.
Dat is duidelijk gesproken, dunkt
me.
Druk ik mij duidelijk uit? —
Maar al te zeer.
Een goed verstaander, zooals hij,
heeft maar een half woord noodig.
Hoe bedoelt gij dat?
Een koopman weet niets van rechts-
geleerde zaken.
Ik kan mij zijne dwaasheid niet
verklaren.
Hij heeft volstrekt geen slag om
een delicate zaak te behandelen.
Zij weet wel waar Abraham de
mosterd haalt.
Uit alles wat men zegt, zuigt ge
venijn.
Ik heb het zonder erg gedaan.
Niemand kan dit beter dan hij.
Zoo is het... ten minste in mijn
dorp.
XIV.
Souvenir, mémoire.
Ma fille a conservé de toi un doux
souvenir.
Autant qu'il m'en souvienne, c'était
en 1800.
Eappelez-lui les grandes choses du
dernier règne.
Du plus loin qu'il m'en souvienne.
Faites m'en souvenir.
Je conserve au fond de l'estomac
le plus succulent souvenir de vos
excellents repas.
Herinnering, gedachtenis.
Mijne dochter heeft eene teedere
herinnering van u bewaard.
Voor zooveel ik mij herinneren kan,
gebeurde dit in 1800.
Herinner hem aan de groote daden
der laatste regeering.
Naar mijn beste geheugen.
Help me er eens aan herinneren.
De smakelijke herinnering van uw
uitmuntende tafel zal nimmer uit mijn
maag worden gewischt.