Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
23 Disconrs, conversai, caqnets, récit. Gesprek, onderh., gel)al)l)el, verhaal.
Vous vous adressez bien! {iron)...
Monsieur est le frère de votre rival.
Tout ceci s'adresse aux besoins
d'une vie paisible. .. point de luxe
ni de parade.
Je ne connais personne qui n'ait i
plus de conversation que vous.
Ce suicide fait le sujet de tous
les entretiens . .. quelle peut en -être
la cause?
Il n'est bruit que de ce mariage.
Je ne m'étonne nullement qu'on
en cause.
Vous la trouvez spirituelle?...
elle n'a que du babil. .. tout ce
qu'il y a de plus plat !
Mettez-vous au-dessus du qu'en
dira-t-on.
On dit que c'est un bon-vivant,
un vieux mauvais sujet.
Le bruit se répandit sourdement
que sa faillite était prochaine.
Il court des rumeurs défavorables
à sa réputation... on dit qu'il joue.
Ces bruits sont controuvés . . .
pure calomnie.
Si cette nouvelle vient à s'ébrui-
ter, quel scandale ! — Et dire qu'elle
est vraie!
Si je viens, ce n'est pas pour
affaires, c'est pour causer. — Cau-
sons donc!
Propos de désœuvré!
Comment ajouter foi à ces propos
d'antichambre?
Vous avez beau dire et beau faire, ^
je ne céderai pas.
Ge vervoegt u bij den rechten
man, hoor!... Die mijnheer is de
broeder van uw medeminnaar.
Alles wat ge hier ziet, voldoet
aan de behoeften van een rustig
leven . . . geen weelde of vertoon.
Ik ken niemand die niet meer
stof tot spreken heeft dan gij.
Deze zelfmoord maakt het onder-
werp van alle gesprekken uit....
wat kan er de reden van zijn!
Er is van niets sprake dan van
dit huwelijk.
Het verwondert me volstrekt niet
dat men er over spreekt.
Vindt ge haar geestig? ... zij kan
wat babbelen .. . zoo geesteloos en
plat mogelijk.
Verhef u boven de praatjes der
menschen.
Men zegt dat hij een patertje goed-
leven, een oude deugniet is.
Hier en daar hoorde men mom-
pelen, dat zijn bankroet te wachten
was.
Er loopen ongunstige geruchten
betreffende zijn goeden naam . .. men
zegt dat hij speelt.
Die praatjes zijn verdicht. .. lou-
ter laster.
Wat zal het een ergernis te weeg
brengen, als dat nieuws bekend wordt!
— En wanneer men bedenkt dat het
waar is!
Wanneer ik kom, is 't niet voor
zaken, maar eenvoudig om eens te
praten. — Eest, dan zullen we
praten!
Een leêglooperspraatje!
Hoe kan men aan die dienstboden-
praatjes geloof hechten?
Ge moogt zeggen en doen wat gij
wilt, toegeven doe ik niet.
ï On met au subjonctif le verbe de la proposition subordonnée, si la préposition
principale est néptive ou interrogative, parce que cette sorte de préposition exprime
le doute, l'incertitude.
2 Les grammairiens se sont évertués, mais sans succès, â donner l'analyse gramma-
ticale de cette locution bizarre, avoir beau. On n'en peut trouver la clé qu'en remon-