Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
22 Disconrs, conversai, caqnets, récit. Gesprek, onderh., gel)al)l)el, verhaal.
Cet homme n'aime point le dia-
logue.
Soyez sur vos gardes !... Il vous
échappe des paroles imprudentes.
Cette harangue à l'adresse des sim-
ples ne manque jamais son effet.
C'est me rendre service que d'en
parler.
Il égrène jusqu'au bout son cha-
pelet de misères . .. c'est assommant!
Vous n'avez pas l'élocution aisée. —
C'est manque d'habitude.
Je ne m'embarque pas à la légère
dans cette discussion.
Il s'étend avec complaisance sur
son propre mérite, et s'enivre de ses
louanges.
Je soutiendrai ce fait à la face du
monde entier. — C'est du courage.
Son discours était fort en raison-
nement, mais le style laisse beaucoup
à désirer.
Il m'a fallu faire tous les frais
de la conversation.
Toutes vérités ne sont pas bonnes
à dire.
C'est là parler français, je pense!
Parle franchement, le veux-tu pour
mari?
Il t'a dit tes vérités.
Les avocats font de l'enthousiasme
à froid.
Je ne sais trop que vous dire.
Ce qu'un récit aurait de trop libre,
il faut le gazer.
Entrons eu matière.
Vous ne pouviez mieux vous adres-
ser, je connais la ville et les fau-
bourgs.
C'est à ma fille qu'il fallait adres-
ser votre compliment. — Excusez,
j'ai la vue si basse.
Die man wil den praat alleen.
Wees op uwe hoede!. .. Gij laat
u onvoorzichtig uit.
Deze toespraak, voor eenvoudige
menschen bestemd, maakt steeds een
onfeilbaren indruk.
Men bewijst me een dienst door
er over te spreken.
Hij vertelt haarfijn al de hem weer-
varen ongelukken... hoe onuitstaan-
baar !
Gij hebt geen vloeiende voordracht.
— Dat is ongewoonte.
Ik laat mij niet zoo licht met deze
discussie in.
Hij weidt omstandig over zijn eigen
verdienste uit, en 't hoofd duizelt
hem van eigendunk.
Ik zal het voor de geheele wereld
staande houden.Daar behoort moed toe.
Zijn redevoering muntte uit door
de kracht der bewijsgronden, doch
wat de stijl betreft, liet zij veel te
wenschen over.
Ik heb 't gesprek alleen aan den
gang moeten houden.
De waarheid kan niet altijd ge-
zegd worden.
Dat is Hollandsch, dunkt me.
Kom er rond voor uit, wilt ge
hem tot man hebben?
Hij heeft u de les gelezen.
Advokaten kunnen opgewonden
zijn naar goedvinden.
Ik weet niet wat ik u zal ant-
woorden.
Wat in een verhaal te vrij klinkt,
moet op bedekte wijze verteld wor-
den.
Nu ter zake.
Ge kondet u tot niemand beter
wenden: ik ken iedereen in de stad.
Mijn dochter hadt gij uw kom-
plimenten moeten maken. — Neem
mij niet kwalijk, ik ben zoo bij-
ziende.