Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
VIII.
Regard, examen, observation.
Quel regard sombre!
Qu'a-til à me regarder ainsi?
Gomme il écarquille les yeux et
les oreilles !
On ne le voit pas de bon œil.
Qu'avez-vous cà regarder en l'air?
Voyez comme elle le dévore des
yeux !
La maison regarde la rivière.
Quelle vue se déroula à mes re-
gards !
Pourquoi me regardez-vous de tra-
vers?
Comme il nous parcourt des yeux!
Je soumets cette pièce de théâtre
à votre examen.
J'en prendrai acte.
Se fait-il remarquer par sa toi-
lette?
Je regarde cet héritage comme une
dispensation de la Providence.
Cela ne vous regarde pas.
Vous m'avez plu du premier coup
d'œil.
Le prince y regardera à deux fois
avant de le condamner. — Ses amis
ne feront-ils rien pour lui?
La plupart des hommes regardent
avant tout à l'argent. — C'est qu'aus-
si il fait cher vivre.
Avec lui il ne faut pas y regar-
der de si près.
J'aurai besoin de capitaux ... je
l'ai sondé là-dessus.
11 est allé sonder le terrain.
Je vais mettre votre complaisance
à répreuve.
Vous voulez le tàter ou lui tàtcr
le pouls? (^y.). . .Vous ne tirerez
rien de lui.
Blik, onderzoek, waarneming.
Wat een sombere blik!
Waarom begluurt hij mij zoo?
Wat spert hij oog en oor open!
Men ziet hem niet graag.
Waartoe staart ge zoo in de lucht?
Zie eens hoe zij hem met de oogen
verslindt!
Het huis ziet op de rivier uit.
Welk een heerlijk gezicht spreidde
zich voor mij ten toon.
Waarom ziet gij mij met een kwaad
oog aan?
Wat overziet hij ons vluchtig!
Ik onderwerp dit tooneelstuk aan
uw oordeel.
Dat knoop ik in mijn oor.
Wat loopt hij door zijn toilet in
't oog.
Ik beschouw deze erfenis als eene
beschikking van God.
Dat gaat u niet aan.
Op het eerste gezicht bevielt ge mij.
De vorst zal er wel rijpelijk over
denken alvorens hij hem veroor-
deelt. —■ Zullen zijn vrienden niet
voor hem in de bres springen?
De meeste menscheu letten voor-
namelijk op geld. — Dat komt om-
dat het leven zoo duur is.
jMet hem meet men het zoo nauw
niet nemen.
Ik zal kapitalen noodig hebben ...
ik heb hem hierover gepolst.
Hij is poolshoogte gaan nemen.
Ik zal uwe beleefdheid eens op de
proef stellen.
Wilt gij bij hem aankloppen?...
Ge zult niets uit hem krijgen.