Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Besoin, inaïKiue, défaut, pauvreté. Belioefte, gebrek, tremis, armoede. 6
Il ne manque pas d'instruction.
— Non, certes, mais d'esprit.
Avisez-vous de lui manquer de
respect à ce point!
Vous me ferez manquer à ma pa-
role. — Le grand mal!
C'est manquer au droit des gens.
Vos convives ne vous manqueront
pas. Ils sotit gens de parole.
Ce n'est pas cela qui fera man-
quer le contrat. — Qui sait? le père
est très ladre.
Cela ne peut manquer d'arriver.
Les expressions me manquent pour
vous témoigner ma gratitude.
Ne manquez pas de venir au moins !
Vous étiez bien sur que je ne
manquerais pas.
Soyez tranquille, il ne lui man-
quera rien. — Cette promesse me
rassure.
Il se trouve court d'argent.
L'opération est manquée faute de
temps.
Me faire manquer une pareille af-
faire . . . c'est trop fort !
Ce duelliste ne manque jamais son
homme; il a déjà couché plus d'un
adversaire sur le carreau.
Si leur père venait à leur man-
quer ! . . . quel désastre !
Peu s'en est fallu qu'il ne pérît.
Comme tu as l'air ému ! — On
le serait à moins. — Qu'est-ce donc?
tu m'inquiètes.
Mes moyens ne m'ont pas permis
d'accepter.
J'ai peu de numéraire en caisse.
Elle a peine à vivre.
Il en est réduit ses cinq der-
nières livres sterling.
La maison est à sec.
Elle a encore bien des comptes
en souffrance.
Het ontbreekt hem niet aan kennis.
— In 't geheel niet, maar aan geest.
A^erstout u maar eens, u zoo on-
behoorlijk jegens hem te gedragen. ■
Gij zult me mijn woord doen bre-
ken. — Dat zou wat!
Dat noem ik het volkenrecht mis-
kennen.
Uwe gasten zullen niet uitblijven.
Zij houden altijd woord.
Dat zal de onderteekening van het
contract niet verhinderen. — Wie
weet? De vader is zulk een vrek.
Dat kan niet achterwege blijven.
Ik kan geen woorden vinden, om
u mijn dankbaarheid te betuigen.
Kom toch vooral!
Gij waart toch overtuigd, dat ik
niet weg zou blijven.
Wees onbezorgd, er zal hem niets
ontbreken. — Deze belofte stelt mij
gerust.
Hij is slecht bij kas.
De onderneming is wegens tijdge-
brek mislukt.
Oorzaak te zijn, dat mij zulk een
zaak mislukte .... dat is te erg!
Deze vechtersbaas raakt zijn tegen-
partij altijd; hij heeft reeds menig-
een in 't zand doen bijten.
Welk een ongeluk, indien hun
vader hun ontviel . . .
Het heeft weinig gescheeld of hij
was gestorven.
Wat ziet ge er ontroerd uit! —
Dat zou men bij een zaak van min-
der aanbelang zijn. — Wat is er
dan? — Ge maakt mij ongerust.
Geldgebrek verhinderde mij het
aan te nemen.
ïk heb weinig geld in kas.
Zij verdient ternauwernood haar
brood.
Er schieten hem niets dan vijf pond
sterling over.
Het huis heeft niets meer.
Verscheidene rekeningen van haar
zijn nog onvoldaan.