Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
181) Indulte, affront, outrage.
lîelcediging, hoon, smaad.
CXXXVI.
Insulte, affront, outrage.
Quoi !. .. tu affronterais pour moi
ce coeur dur, cet Arabe?
Ah ! je vous y attrape, maraud !
.le viens d'en apprendre de bel-
les, polisson que vous êtes !
Parbleu ! c'est bien à vous de
parler ainsi, homme sans principes
et sans moralité !
Sa sœur a dû boire cet affront,
faute de quelqu'un pour prendre sa
défense.
Vos plaisanteries sentent l'eau de
vie et la fumée de tabac.
Est-il bouché ce garçon là !.. .
un vrai crétin !
Bourreau !. .. oses-tu bien me
demander encore de l'argent, après
que j'ai déjà tant payé pjur tes
folies ?
En voilà assez comme ça, fils in-
grat et dénaturé qui insultes aux che-
veux blancs de ton père !
Misérable bavard, que ne te tai-
sais-tu ? — Désolé que mon babil
vous ait compromis !
C'est le plus grand coquin qui
existe sous la calotte des cieux. —
Songez-vous qu'il est mon frère?
Mais c'est une conduite indigne!
. .. c'est à faire dresser les cheveux
sur la tète ! — A qui s'adressent
ces paroles outrageantes ? — A vous.
Votre frère a-t-il la tête dure ! —
Dame, vous êtes si exigeant ! —
Mais non, c'est le pont aux ânes.
Voyez ce crâne avec ses provoca-
Beleediging, hoon, smaad.
Wat!... zoudt ge om mijnent-
wil dien hardvoehtigen kerel, dien
vrek, willen trotseeren ?
Ha! nu heb ik je daarop betrapt,
schoft!
Ik heb daar mooie dingen verno-
men, deugniet die ge zijt!
Nu, gij moogt nog al zoo spreken,
een man zonder beginselen of zede-
lijkheid !
Zijn zuster heeft deze beleediging
met gelatenheid moeten verdragen,
daar niemand haar verdediging op
zich nam.
Uw scherts riekt naar brandewijn
en tabaksrook.
Wat is die jongen bot van begrip !
. . . een onwijs sshepsel!
Kwelgeest!... durft ge mij nog
meer geld vragen, nadat ik voor uw
dwaasheden reeds zooveel betaald
heb?
Nu is het genoeg, ondankbare,
ontaarde zoon, die met uws vaders
grijze haren spot!
Ellendige babbelaar, waarom hebt
ge je mond niet gehouden ? — Het
spijt mij zeer, dat ik u door mijn
gebabbel benadeeld heb !
Dat is de grootste schelm, die op
Gods aardbodem loopt. — Bedenk
dat hij mijn broeder is.
Dat is een schandelijk gedrag!...
't is om u de haren te berge te
doen rijzen ! — Op wien ziju deze
beleedigende woorden gemunt? —
Op u.
Wat is uw broeder bot van be-
grip ! — Drommels, gij zijt zoo
veeleischend. — Volstrekt niet, .Tan
en alleman kent dat!
Zie dien windbuil eens met zijn