Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Dette, devoir, obligation.
Schuld, plicht, verplichting. 167
Quoi? partir si tôt? —Que vou-
lez-vous ? ... le devoir.
L'honneur me fait un devoir de
l'épouser.
C'est du devoir de ma charge.
C'est de mon devoir.
■le ne tiens rien de vous.
Chargé de dettes, léger d'argent.
A mérite égal je vous devais la
préférence.
Un homme de votre âge ne de-
vrait pas tout prendre pour argent
comptant.
Ingrat que vous êtes ! . . . vous
devriez baiser la trace de ses pas.
lloe ? zoo spoedig vertrelclcen ? —
Wat kan ik er aan doen ? . .. plicht
gebiedt mij zulks.
Volgens mijn eer ben ik verplicht
haar te huwen.
Dat behoort tot mijn betrekking.
Dat behoort tot mijn plicht.
Ik heb u niets te danken.
Vol schulden, en met een ledige
beurs.
Al stonden de verdiensten aan
weerszijden gelijk, was het mijn
plicht u de voorkeur te geven.
Iemand van uw leeftijd moest
alles niet voor goede munt opne-
men.
Ondankbare!. .. gij moest niet
weten, wat gij hem uit dankbaarheid
doen zoudt.
CXXVIL
Payement, acquittement.
Le banquier N. paie à bureau
ouvert.
Je l'ai payé quarante francs.
Il m'a payé jusqu'au dernier sou.
Elle a payé pour vos folies.
11 le paiera de sa vie.
Vous devez payer de votre per-
sonne.
Je lui ferai payer cher ces fa-
veurs.
Il nous faut payer d'audace jus-
qu'au bout... le succès est à ce
prix.
C'est un mauvais payeur ... s'il
voulait seulement me donner un
à-compte !
Que voulez-vous? — M'acquitter
de ce que je vous dois.
Je n'aurai que cette occasion pour
m'acquitter envers vous.
Betaling, kwijting.
De bankier N. betaalt een ieder
die komt.
Ik heb er veertig francs voor be-
taald.
Hij heeft mij tot den laatsten
duit betaald.
Zij heeft voor uwe dwaasheden
moeten boeten.
Hij zal het met zijn leven boeten.
Gij moet uw leven niet sparen.
Deze gunsten zullen hem duur te
staan komen.
Wij moeten ons tot het einde
door stoutheid redden... 't is het
eenige middel om te slagen.
't Is een slecht betaler ... gaf hij
mij maar eens wat op mindering!
Wat verlangt u? — Betalen wat
ik u schuldig ben.
Ik zal geen andere gelegenheid vin-
den om mijn schuld bij u af te doen.