Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
160
Entree, rentree.
Intrede, wederintreding.
Notre célèbre tragédienne, Ma-
dame G., fera bientôt sa rentree.
Il m'est rentré beau jeu.
Quand la paix rentrera-t-elle dans
mon âme?
Rentrez en vous même, mon fils.
Onze beroemde treurspeelster, Me-
vrouw C., zal weldra weder optreden.
Ik heb een schoon spel ingekocht.
Wanneer zal de vrede in mijn
gemoed wederkeeren ?
Keer tot u zeiven in, mijn zoon.
CXXII.
Présence, apparition.
Je ne veux paraître en rien dans
tout ceci.
Il s'enrichit sans qu'il y paraisse.
L'instant d'après il n'y paraît
plus.
Votre maître y est-il? — Oui,
mais il ne reçoit personne.
Vous ferez dire que vous n'y
êtes pas . . . où est le mal?
Qui a pu le dire? — Moi, qui y
étais.
Vous le savez bien puisque vous
y étiez. — C'est ce qui vous trompe.
Paul, arrivez donc! — J'y suis,
j'y suis.
Serez-vous exact au rendez-vous?
— Vons en jugerez vous-même.
Assistiez-vous à la représentation
des Ganaches'^ — Oui, pour la troi-
sième fois.
Cette femme trahit quarante ans,
mais elle n'en avoue que trente. —
Je la trouve encore très-bien pour
son âge.
On croirait assister à une comédie
bourgeoise.
Votre sœur est-elle chez elle ? —
Je l'ignore.
11 reste toujours chez lui.
Trêve de cérémonies ! ... Faites
comme si vous étiez chez vous.
Quand aurai-je un chez-moi!
Tegemvoordigheid, verschijning.
Ik wil met deze geheele zaak niets
te maken hebben.
Hij wordt rijk zonder dat men
het bemerkt.
Een oogenblik daarna is er geen
spoor meer van te vinden.
Is uw meester thuis? — Ja, maar
hij kan niemand spreken.
Gij geeft niet thuis . .. wat steekt
daarin?
Wie heeft het kunnen zeggen? —
Ik, die er bij was.
Gij weet het immers, want gij
waart er bij. — Hierin vergist gij u.
Paul, kom toch! ~ Daar ben ik,
daar ben ik.
Zult gij er op den bepaalden tijd
zijn? — Daar zult ge zelf over oor-
deelen.
Waart ge bij de voorstelling der
Ganaches? — Ja, ik zag het voor
de derde maal.
Doze vrouw kan haar veertigjari-
gen leeftijd niet loochenen, doch zij
wil voor dertig doorgaan, — Ik
vind, dat zij voor haar leeftijd er
nog zeer goed uitziet.
Men zou wanen bij een liefheb-
berij-tooneel te zijn,
Is uw zuster te huis? — Ik weet
het niet.
Hij blijft altijd te huis.
Geen complimenten als 't u be-
lieft ,.. Doe alsof ge thuis waart.
Wanneer zal ik mijn eigen huis-
houden hebben!