Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Temps.
Tijd.
155
Partons! — A l'heure qu'il est?
A quel quantième sommes-nous?
Il y a un siècle que je ne vous
ai vu.
Cocher, votre physionomie me
plait, je vous prends au mois.
Vous serait-il peut-être agréable
à cinq heures?
Elle se couche de bonne heure
afin d'être prête à temps.
Venez me prendre à six heures. —
Cela suffit, monsieur.
Il y a longtemps que vous me
tenez le bec dans l'eau.
x\u coup de deux heures je tombe
chez lui.
Je vais de ce pas l'en avertir.
Nous avons une grande heure à
nous.
Il y a de 1 cela 25 ans.
On ne trouve pas cela ^ du jour
au lendemain.
Je n'ai pu dormir ^ de toute la
nuit.
Il vint sur l'heure du diner.
De nos jours il est difficile de
réussir... la concurrence est si
grande !
On parlait beaucoup de lui de
son vivant.
C'est de tous les temps.
Je ne voyage jamais de nuit.
Il part pour 15 jours.
11 est de ^ service aujourd'hui.
Pure erreur ^ de date!
Aujourd'hui pour demain il peut
partir.
On dirait que c'est le mois
dernier que nous avons dîné en-
semble.
Laat ons gaan! — Hoe, nu reeds?
Den boeveelsten hebben we van
daag?
Ik heb u sedert langen tijd niet
gezien.
Koetsier, uw gezicht staat me aan,
ik huur u bij de maand.
Zou het u misschien tegen vijf
uur gelegen komen?
Zij gaat vroeg naar bed om bij
tijds gereed te zijn.
Haal mij om zes uur af. — Best,
mijnheer.
Ge paait me sedert lang met ijdele
beloften.
Met slaan van twee uur val ik bij
hem in huis.
Ik ga er hem dadelijk van ver-
wittigen.
We hebben een groot uur tot
onze beschikking.
Dat is 25 jaar geleden.
Dat vindt men niet tusschen van
daag en morgen.
Ik heb den ganschen nacht niet
kunnen slapen.
Hij kwam tegen etenstijd.
In onzen tijd is het moeielijk wel
te slauen ... de concurrentie is zoo
groot!
Bij zijn leven sprak men veel van
hem.
Dat is altijd zoo geweest.
Des nachts reis ik nooit.
Hij vertrekt voor 14 dagen.
Hij heeft van daag dienst.
Niets dan een fout in den datum!
Hij kan elk oogenblik vertrekken!
't Is alsof we de afgeloopen maand
nog zamen gegeten hebben.
Ï Elliptiquement pour; Il y a (d'écoulé) de (ou depuis) cela vingt ans.
5 Sous-entendu dans Vintervalle.
3 11 faut ajouter mentalement dans le cours.
^ Sous-entendu ceux qui font le.
''' IVopvement : {au sujet) de (/«) date.