Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
154 Apparence, air, mine, figure.
Elle ne paraît pas son âge. ^
Ne jugez pas sur les apparences...
c'est dangereux.
Tous vos traits sont renversés {pu
bouleversés).
Schijn, uiterl., voorkomen, gestalte.
Zij ziet er niet uit naar haar leef-
tijd.
Oordeel niet naar den schijn . ..
dat is gevaarlijk.
Uw gelaatstrekken zijn ontsteld.
CXVIII.
Temps.
C'était dans mon jeune temps.
C'est le jour que vous partîtes.
Dans le temps où j'étais encore
simple.
Je l'ai connue dans ses beaux
jours.
A quelque temps de là je le ren-
contrai.
Dans une heure j'aurai fait mon
sac.
Il est grandement temps qu'il
parte.
Le tout est de s'y prendre à temps.
Il se formera avec le temps.
J'irai vous prendre à six heures.
Je vous le dirai en temps et lieu.
Venez tout d'un temps chez moi. —
C'e<ït cela.
Il y a temps pour tout.
Prenez le temps nécessaire.
11 ne sera plus temps.
Il faut que d'ici à quelques jours
je sois parti.
Se battre en plein jour.
Je ne rentrerai qu'à deux heures.
A quelle heure part le dernier
convoi ?
Me voici ! — Il en est bien temps !
Tijd.
Dat gebeurde in mijn jeugd.
Dat was op den dag toen gij
vertrokt.
In den tijd toen ik nog onschul-
dig was.
Ik heb haar in haar bloei gekend.
Korten tijd daarna ontmoette ik
hem.
Binnen een uur ben ik reisvaardig.
Het wordt hoog tijd dat hij ver-
trekt.
De hoofdzaak is, het op het goede
oogenblik aan te vatten.
Mettertijd zal hij zich verder be-
schaven.
Ik zal u te zes uren afhalen.
Ik zal het u bij een geschikte
gelegenheid zeggen.
Kom dadelijk bij mij. — Elink.
Alles heeft zijn tijd.
Neem er den noodigen tijd toe.
Het zal te laat zijn.
Binnen eenige dagen moet ik weg
zijn.
Op klaarlichten dag duelleeren.
Ik zal eerst te twee uren thuis
komen.
Hoe laat vertrekt de laatste trein?
Hier ben ik! — Het is hoogtijd!
* Ellipse pour avoir son âge.