Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Appareucp, air, miïie, figure.
Schijn, niterl.. voorkomen, gestalte. 153
CXVII.
Apparence, air, mine, flgiire.
Cet homme si loger en apparence
s'occupait de mon bonheur.
Il y a apparence que ce sera la
dernière fois.
Vous n'avez aucune mission ap-
parente.
Il veut se confesser !. .. un re-
mords de conscience apparemment.
Je me sens un peu indisposé. —
Vous en avez l'air.
Tenons-nous tranquilles et n'ayons
l'air de rien.
Ça en a l'air au premier coup d'ceil.
Vous avez l'air d'un mendiant.
Elle m'a tout Tair d'une vieille
folle. — C'est ce qu'elle est effec-
tivement.
Il a l'air très-poli.
Que vous avez mauvaise mine!...
qu'avez-vous donc?
Il fit mine de me frapper, mais
d'un regard je le contins.
Faites bonne mine à mauvais jeu ...
Sinon vous serez la fable i de toute
la ville.
Tu me fais une singulière figure !
. . . m'en voudrais-tu par hasard?
11 est bien de figure, ^ mais c'est
tout.
Schijn, uiterlijk, voorkomen,
gestalte.
Deze schijnbaar zoo lichtzinnige
man liet zich aan mijn geluk gele-
gen zijn.
Er is kans dat het voor de laat-
ste maal zal zijn.
Gij zijt met geenerlei zending be-
kleed.
Hij wil biechten ! . .. waarschijn-
lijk gewetensknagingen.
Ik ben een weinig ongesteld. —
Gij ziet er naar uit.
Laten we bedaard blijven en ons
houden alsof we van niets weten.
Dat schijnt zoo bij den eersten
oogopslag.
Gij ziet er uit als een bedelaar.
Zij komt mij geheel voor als een
oude zottin. — Dat is zij inderdaad.
Hij gedraagt zich zeer fatsoen-
lijk.
Wat ziet ge er slecht uit!. . . wat
scheelt er aan?
Hij deed alsof hij mij wilde slaan,
doch met een blik hield ik hem in
toom.
Verberg uw verdriet achter een
opgeruimd gelaat. . . Anders zult gij
de gansche stad ten spot strekken.
Wat trekt ge een wonderlijk ge-
zicht ! . . . zijt ge misschien boos op
mij?
Hij heeft een knap gezicht, dat
is alles.
' Les Latins disaient de même: esse fabula aliorum. Racine a su relever ce quMl
y a de familier dans cette locution, en faisant dire à Achille dans Iphigénie en
Anlide :
„Suis-je sans le savoir la fable de l'armée?*'
^ Jusqu*en 1787 cette espression ne s'employait guère qu'eu conversation.