Boekgegevens
Titel: Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Auteur: Peschier, Adolphe; Gram, Johan
Uitgave: Leide: D. Noothoven van Goor, 1879 *
2e ed
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7238
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201633
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Esprit de la conversation française: recueil de gallicismes
Vorige scan Volgende scanScanned page
Jeu.
Spel.
151
Vous jouez un jeu à vous perdre.
Bon jeu bon argent.
Nous sommes à deux de jeu . ..
voici le coup décisif.
Laissez le faire!. .. c'est son jeu.
Ce n'est pas du jeu. fig,
La France cache bien son jeu.
11 aura beau jeu à se divertir.
Sa qualité est en jeu.
Ce travail était un jeu, un en-
fantillage.
Vous vous faites un jeu de m'a-
larmer.
Cela passe le jeu.
Allons, jouez!
Vous jouez serré!
Voyez comme il joue des mâ-
choires !
La farce est jouée. Jîg.
J'ai fait ce travail en me jouant.
Eaites-lui jouer un rôle secondaire.
Moi ! ... jouer mon bonheur? .. .
jamais !
Mais vous jouez votre téte! —
Qu'importe! le but est assez élevé.
Voudrait-il se jouer de mon re-
pos ?.. . ce serait indigne !
On a voulu se jouer de vous .. .
c'est clair.
Puis-je me jouer d'un galant
hommeV... ce serait de la dernière
inconvenance.
Gij zet alles op 't spel.
In allen ernst.
Wij hebben gelijk spel... nu
komt de beslissende slag.
Laat hem begaan ! . . . dat is zijn
spel.
Dat geldt niet.
Frankrijk houdt zorgvuldig zijne
plannen geheim.
Hij zal een fraaie gelegenheid
hebben om zich te vermaken.
Zijn rang staat op het spel.
Dit werk was een kinderspel.
Gij drijft een spel met mij on-
rust aan te jagen.
Dat gaat te ver.
Komaan, speel voort!
Gij speelt voorzichtig!
Zie eens, hoe gulzig hij eet!
De klucht is uit.
Ik heb dat werk zonder inspan-
ning verricht.
Laat hem een ondergeschikte rol
spelen.
Ik!... mijn geluk op 't spel zet-
ten? — nooit!
Maar gij zet uw hoofd op 't
spel! — Wat doet het er toe! het
doel is verheven genoeg.
Zou hij mis?chien met mijn rust
een spel willen drijven?.. . dat zou
schandelijk zijn !
Men heeft u willen beetnemen...
dat is duidelijk.
Mag ik een fatsoenlijk man voor
den gek houden ? . .. dat zou hoogst
onbetamelijk zijn.
cxv.
Droit, prétention, titre.
Puis-je garder cette somme? —
Eh! sans doute, c'est de droit.
Recht, aanspraak.
Mag ik deze som behf)uden?
Wel ongetwijfeld, van rechtswege.